Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe zullen we ons tegenover deze dingen stellen ? In abstracta zou het niet onmogelijk zijn, dat men eenige brieven van Paulus naar Korinthe bijeengevoegd had. Maar toch rijzen er dadelijk bezwaren tegen zulk een hypothese. Stel, dat 2 Kor. een verzameling was van twee of drie brieven, dan zijn die brieven niet maar los naast elkaar geplaatst, maar dan is er aan gewerkt. Er moeten dan immers oorspronkelijk twee of drie aanvangs- en evenzoo twee of drie eindgroeten zijn geweest. Nu ontbreekt echter tekstkritisch (men denke aan Ef. 1 : 1) en historisch elk spoor van eenige verbinding van meerdere brieven tot één brief. Tekstkritisch vinden we onzen brief steeds zóó, als hij nu luidt. Clemens Romanus toont zich zeer goed op de hoogte van de toestanden te Korinthe, kent 1 Kor. — misschien ook 2 Kor. — doch spreekt met geen woord over een of anderen arbeid, die aan brieven van Paulus is verricht of behoorde te worden verricht. Ook bij lateren vinden we van iets dergelijks geen spoor 1). Terwijl het ook zeer de vraag is, of de eerbied, dien men reeds vroeg voor de brieven van Paulus had, zulk een samenvoeging en verwerking van een aantal brieven tot één schrijven zou hebben toegelaten 2).

Tegenover deze meer objectief getinte argumenten kan het argument van de verschillende stemmingen, die in cap. 1—9 en 10—13 uit zouden komen, iets wat slechts naar zeer subjectief getint oordeel kan worden vastgesteld, nooit afdoende zijn. Toch dient ook deze kwestie nader besproken, want het zou kunnen zijn, dat er bepaalde tegenspraak bestond tusschen de twee series hoofdstukken. Wij wagen daarom een korte poging om uiteen te zetten, dat zulk een tegenspraak niet kan worden waargenomen. Stellen we de kwestie zoo, dan vervallen daardoor reeds vanzelf enkele argumenten welke soms voor de eenheid van 2 Kor. worden aangevoerd, doch die wij nooit zouden willen gebruiken. Immers wanneer men beweert, dat Paulus nadat hij hoofdst. 1—9 geschreven had, blijkbaar nieuwe berichten uit Korinthe ontving, die er hem toe drongen cap. 10—13 in gansch anderen toon te schrijven, dan vraagt

') Een dergelijk vrij ingewikkeld in elkaar voegen van brieven van Paulus is ook om andere redenen zeer onwaarschijnlijk. Het zou in korten tijd moeten hebben plaats gevonden, want al heel spoedig kent de kerk 2 Kor. gelijk hij thans luidt; immers anders was zeker iets van het redigeeren overgeleverd. En het is ook niet waarschijnlijk, dat een gemeente als de Korinthische er genoegen mee nam, dat men brieven, die zij als afzonderlijke had ontvangen, bijeenvoegde, wel, dat men brieven, die een ongunstig beeld van de gemeente gaven, niet meer voorlas. Intusschen zijn al dit soort argumenten slechts van zeer betrekkelijke waarde. Hoofdzaak is, dat we gelooven, dat onze 2 Kor. canoniek is.

2) Algemeene Canoniek, bl. 59 vlg.

Sluiten