Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze gedachte herhaaldelijk in Oud en Nieuw Testament uitgesproken, vgl. b.v. Deut. 18 - 20; Hebr. 2 ■ 4* Paulus zelf heeft dit punt 1 Kor. 2 : 4 aan de orde gesteld, zie Kommentaar, a. 1. Het feit, dat er te Korinthe een gemeente van den Heere Jezus Christus bestaat, verklaart, dat Paulus apostel des Heeren is. Het naast elkaar geplaatst rificiv - vfifïq doet dat scherp uitkomen. Zoo bij de Korinthiërs zelf als bij anderen beveelt, wat te Korinthe is geschied, den apostel voldoende aan. Paulus' werk droeg vrucht, is door God zelf gezegend. Daarom mag Paulus geen brief vragen en heeft hij geen brief noodig. De apostel gaat nu het karakter van zijn heel bijzonderen aanbevelingsbrief nader omschrijven. Ook van zijn brief kan gezegd worden, dat hij geschreven is, doch in Paulus' hart. De bedoeling daarvan is, dat Paulus niet een brief heeft, dien hij telkens voor den dag moet halen en eventueel op verzoek toonen, maar een, dien hij altijd bij zich draagt, die van hem niet kan worden losgemaakt, die, in verband met het karakter van des apostels werk, is, waar hij is. De uitdrukking is daarom niet vreemd, omdat Paulus 7 : 3 in ander verband schrijft, dat de gemeente in zijn hart is en omdat juist in ons verband sterk de gedachte naar voren komt, dat de apostelen al hun beteekenis ontleenen aan hun werk. Men kan het ook zóó zien: Paulus is steeds met de gemeenten bezig, spreekt er over, bidt er voor, en dat komt uit in heel zijn optreden, ook dat is een gedachte, die hij in onzen brief uitspreekt, 11 : 28. Hij houdt zijn werk niet voor zich, hij spreekt over zijn gemeenten, gelijk hij in 2 Kor. over de kerken in Macedonië schrijft, 9 : 2, bij wie hij roemt over Korinthe. Er is dus tweeërlei, vooreerst beveelt de gemeente door haar bestaan zelf het werk van Paulus aan, maar Paulus beveelt ook zichzelf aan, omdat hij elders van de Ivorinthische gemeente spreken kan, gelijk hij te Korinthe van andere kerken sprak. Juist dat karakter van Paulus' aanbevelingsbrief maakt, dat hij voor ieder duidelijk is. De brief is in het hart, maar uit den overvloed des harten spreekt de mond. Daarom wordt die brief gekend, onderscheiden en voorgelezen (men lette op de part. praes., het gebeurt geregeld) door alle tnenschen 1). Dit alle menschen is wel aan de ééne zijde een hyperbool, in zooverre bedoeld moet zijn alle menschen, met wie Paulus in aanraking komt, maar aan de andere zijde niet, omdat er in ligt, die door alle menschen gelezen kan worden 2). Niet alleen

1) De twee participia vormen geen tegenstelling, ze vullen elkander aan, staan naast elkander om de volheid, de zekerheid aan te duiden.

2) Het geheele verband, bepaald vs 1 en het yivcooxofieyr) xai avayivoooxopévT] vjió jtavxcov av&Qcójtoiv verbiedt, tv xaiq napSiaig f]fa.cöv te nemen van de zekerheid, die Paulus zelf had omtrent zijn apostolische roeping en het karakter van zijn werk.

Sluiten