Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat. 'A<f iavT<bv wijst op den oorsprong; de oorsprong van de op het vertrouwen rustende bekwaamheid is niet Paulus zelf. Bij nexoi&rioit; behoefde dat niet te worden gezegd, omdat vertrouwen, tenzij er bepaald bijstaat dat het zelfvertrouwen is, steeds is het de toevlucht nemen tot een ander. Bovendien sprak óia Xqioxov in vs 4 duidelijk van den oorsprong der 7t£jtoio"rjot^ De ixccvótiis is echter nog iets meer dan de nejioi&nOK; de voor de hand liggende oorzaak van het optreden. Immers men vertrouwt, dat men iets kanen daarom doet men het. Wij moeten zien, dat^ de lijn bij den apostel op regelmatige wijze doorloopt. De ixavóvriq, waarvan zijn optreden spreekt, rust in de goede nsjtoi&yOts, met in hem zelf. 'Ixavaztjq geeft te kennen de deugd van het opgewassen zijn tegen wat gevraagd wordt, het hebben van voldoende krachten, gaven, middelen voor een bepaalde taak. Aoyi$eo&ca verstaan wij hier het best, als wij uitgaan van de eerste beteekenis: het gebruiken van den Aóyo?, overwegen, beramen. Dat moet Paulus elk oogenblik doen. Zijn werk moet verloopen naar een bepaald plan. En wanneer er moeilijkheden komen, gelijk thans met de kerk te Korinthe, dan moet de apostel die met beleid en overleg trachten op te lossen. Dat alles (rt) doet Paulus niet op grond van eigen bekwaamheid. 'ilq ê<£ èccvxatv spreekt van Paulus subjectieve oordeel, wij omschrijven: zóó dat wij meenen, dat het uit ons zelf opkomt 1). In ligt minder dan in axó de laatste oorzaak of bron uitgedrukt, waar ten slotte iets uit voortkomt. In <»q èavxatv mogen wij dus ook lezen, dat Paulus wel toegeeft, dat wat hij doet, bij hem zelf is opgekomen, misschien zelfs toegeeft, dat hij wel eens iets doet of spreekt, dat hem niet van God is geschonken, maar Paulus' bewuste streven is toch alles te vermijden, wat zijn laatste oorzaak in hem zelf zou hebben. Hij leeft steeds in de stemming, dat hij alleen die gedachten, die bij hem zelf opkwamen, in practijk mag brengen waarvan voor hem vaststaat, dat zij hun laatste oorzaak (£*0) in God hebben. 'Si? krijgt daardoor vrijwel de beteekenis alsof, vgl. OJ? m lapötv, 1 Kor. 4:7; ó>S m Kjzofitvov fiov, 1 Kor. 4 : 18 enz. En wat Paulus afwijst, is dit, dat hij zichzelf in staat zou hebben gesteld om iets te beramen, dat van hemzelf afkomstig is. Zonder ontkenning zegt de apostel: wanneer wij de bekwaamheid bezitten om iets te beramen, waarvan voor ons vaststaat, dat het niet in onszelf zijn oorsprong heeft, hebben wij die bekwaamheid niet van onszelr. Positief schrijft Paulus dan, dat de ixavóvrn uit God is. Dat staat parallel met óia zov XqiOzov, vs 4, maar wijst, vgl.

!) Wij nemen dus atp' éavzcöv bij inavoL en a>S «I cavzwv bij Xoyioao&ai, maar geven tevens aan, waarin het verschil tusschen de beide uitdrukkingen bestaat.

Sluiten