is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bruik kunnen omschrijven als: de alleen maar als letter opgevatte wet. Het praesens axoxxeivei spreekt van iets dat altijd geldt; wie in de wet slechts het gebod hoort, dat hij zelf moet en zal volbrengen, zal onder den eisch der wet sterven. Tb rfè jtveiifia i^woizoiei hebben wij te zien in het licht van Rom. 7 : 14 oïóa/isv 'óxi o vófioq nveitfiarixóq èöTiv. Er is geen tegenstelling tusschen vóuoq en Jtvsv/ia, doch tusschen yQccfifia en nvevfia. Wie de wet alleen als ygafifia hoort of leest, verstaat haar niet. Wie hoort, dat in de wet Gods Geest spreekt, dien is ze ten leven, Joh 1 : 17. Het werk des Geestes is altijd Z,o>onoiely, Joh. 6 : 36. Zoo was het in de schepping, Gen. 1 : 2, zoo is het bij de wedergeboorte, Joh. 3 : 8. Paulus noemt den Geest vs 3 xvevficc &SOV Stö'vrog. Rom. 8 : 2 lezen we ó yuQ vófioq tov jivev/ucctos rfjs èv XqmStü Irtaov rjlev&éQfiiOév as ano

tov vófiov xijq cc/iaQviaq xal tov &avatov, vgl. Rom. 7 : 0, en ook Rom. 2 : 29 vinden we de tegenstelling nvevfia en yQafifia. Tegenover het yod/x/ia is de mensch subject, hij hoort, leest, doet de letter; tegenover het nvevfia is de Christen passief, object, de Geest maakt hem levend, Joh. 6 : 63. iJe Heilige Geest heeft Christus uit de dooden opgewekt en wekt de geloovigen met Christus op, Rom. 8 : 11. De Geest brengt leven en Paulus is dienaar van de nieuwe óicc&yxn, die bijzonder is gekenmerkt door rijke werkingen des Geestes. Omdat die Geest een Geest is, Die leven wekt, brengt het werk van den apostel als middel in Gods hand het leven. To nvsvfta staat hier dan metonymisch voor de goed verstane, dat is geestelijk verstane openbaring Gods, zooals zij met name in de nieuwe bedeeling opgevat kan worden. De zin to r«(» yoa/tfia xtè zegt dus, waarom de nieuwe bedeeling een bedeeling des Geestes is en moet zijn. Paulus kiest daarmede duidelijk partij tegen de Judaisten, die niet zien dat er een nieuwe bedeeling is gekomen; hij duidt ook reeds aan, wat straks breeder zal worden uitgewerkt, hoe het komt, dat ae door God zelf gegeven wet den dood bracht. De nieuwe bedeeling verschilt van de oude in middel, wijze en werking ).

7. Vs 7 begint een nieuw pericoopje, dat twee kenmerken heeft. Vooreerst rust het geheel op vs 6 en gaat het dus uit van den feitelijken toestand, dat door Israëls zonde de ou e bedeeling een bedeeling des doods is geworden. In de tweede plaats wordt voortdurend geredeneerd a minori ad maius, menen de oude bedeeling al zoo heerlijk was, hoe heerlijk moet dan de nieuwe niet zijn. Deze opmerking mag er echter niet toe leiden om de laatste woorden van vs 6 bij het vervolg te nemen

i) Men zie bij dit vers vooral N. A. Waaning, Enkele opmerkingen over de relatie jtvevfialye<i/j./xa Geref. Theol. Tijdschr., 36, bl. ibi,

April 1935.