Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingressief worden genomen. Er is iets gebeurd en uit het eene spruit het andere voort. Paulus gebruikt het citaat op een dergelijke wijze, dat hij er een algemeenen regel van maakt: geloof leidt tot spreken. Hier zijn wij op het gebied van den fbrjOavQÓg. In dit licht moeten wij tö itvevfta niozeojq bezien. Blijkens het verband is itioziq het hoofdbegrip. Daarom nemen wij tivsvfia niet van den Heiligen Geest, Die het geloof werkt (iets wat Paulus op zichzelf belijdt, Rom. 5:5; 8 •' 2 27; 15 : 13 etc.) en Die in het geloof ontvangen wordt, Gal. 3 : 2; 5-5 en daarom Geest des geloofs zou kunnen worden genoemd. Immers Ttvev/.ia komt in het citaat niet voor en het verband handelt niet over den oorsprong of de instandhouding van het geloof en evenmin over den Geest als bron der apostolische energie, llvev/ia nemen wij, gelijk het ook 2 Kor. 12 : 18 is gebezigd, in den zin van karakter, geest, zooals wij spreken van den geest van een boek, den geest van een vereeniging *). Paulus zegt, wij hebben geloof van hetzelfde karakter, als Ps. 116 : 10 wordt beschreven; geloof, dat tot spreken leidt. Dat dit het waarachtige zaligmakende geloof is en dan als fides qua creditur, staat vast, omdat daarvan vs 6 blijkens de woorden duidelijk sprake is en ook in ons vers de &r/GavQot; is bedoeld, maar dit karakter van het geloof wordt hier verder niet beschreven. Wanneer wij aan het slot van het vers lezen xai /jtitiq jiiozsvo/isv, maakt dat het vers feitelijk tot anakolouth; xai rj/xeiq immers is na ixovttq moeilijk te verklaren 2). Bovendien rijst de vraag, of xazcc rö yeygaftfiévov met het voorafgaande, dan wel met het volgende moet worden verbonden. Op deze laatste vraag hebben we al een antwoord gegeven, doordat wij, omdat wij anders met zö avzó in moeilijkheid kwamen, verbinding met het voorafgaande hebben voorgeslagen. Wij moeten dan in xai ijfiilg niazEvofiev lezen een uitdrukkelijke herhaling, van wat al in t'xovzeq zó izvsii/ia zf/q xiazeotq ligt opgesloten. Wij zouden kunnen omschrijven, dewijl wij dan denzelfden geest des geloofs hebben, als waarvan in het aangehaalde

en ook spreekt, ondanks doorgestane smart. Of deze gedachte ook in den Hebr. tekst ligt van Ps. 116 is voor ons niet aan de orde, daar de apostel in elk geval de LXX gebruikt. Wel gelooven wij, nu wat Ps. 115 als inhoud van het spreken noemt, ontbreekt bij Paulus, XaZovfiev te mogen nemen van de geheele apostolische prediking. In elk geval ligt de nadruk op het spreken in het geloof, ondanks tegenspoed. En dat is ook de hoofdgedachte in Ps. 115.

:) Zoo ook H. Bertrams, Das Wesen des Geistes n. d. Anschauung d. Apostels Paulus, Munster, 1914, bl. 21.

2) Wel kan xai een nazin inleiden, § 352, maar het aanwezig zijn van de Jiiorig is, als wij jzveiifia opvatten als wij deden (niet als men het van den Heiligen Geest neemt), reeds in dat participium uitgedrukt.

Sluiten