Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerst zien, dat aw/ua en xvqio$ niet hetzelfde karakter dragen. Over het aütfia kunnen wij althans tot op zekere hoogte beschikken, het is ons lichaam. Volgens de hier gebruikte beeldspraak wonen wij er in. Maar bij den verheerlijkten xvgioq kan alleen van een betrekking worden gesproken. 'Ev Xqioz<I> doet denken aan het verkeeren in een sfeer, waarin Christus heerschappij voert en waar de door Hem verworven weldaden worden genoten. In dien kring bestaat er een relatie tot den xvQioiWie in dien kring verkeert, is bij den xvqio; thuis.

9. Vs 9 trekt met óió een conclusie voor het leven, zegt, hoe het &ccQQ£iv en het daarmede gepaard gaande evóoxelv xzè zich in het leven openbaart. <PiXozifiéofiai, er zijn eer in stellen, wijst in een bijzondere richting. Paulus denkt niet aan iets, dat gedwongen gaat, zelfs niet aan iets, dat vanzelf gaat, doch spreekt van het bewuste streven van den Christen, dat gepaard gaat met volle sympathie. Het betreft zijn eigen zaak, hij zou het niet anders willen of kunnen. De begeerte om bij den Heere te zijn, maakt dat wij Hem reeds thans welbehagelijk willen zijn. Dat is nu het allersubjectiefste, wij zijn na yv/ivóg, èvövoao&ai, èjtevóvaaaS-ai, die zich in de eerste plaats bewegen op het terrein van de rechtvaardigmaking, gekomen op dat der heiligmaking. Wanneer er nu bijstaat fi'zs èvór/ftovvzeq eizs èxórifiovvzsq, zonder dat daarbij, gelijk in het voorafgaande, een nadere bepaling komt, dan beteekent dat onder alle omstandigheden, op aarde of niet op aarde. Men moet niet èv aótfiazi aanvullen en nog minder na het te hebben aangevuld vragen, hoe kan Paulus zeggen, dat hij na den dood begeert Gode welbehagelijk te zijn, doch eenvoudig denken aan een in de woorden van het zinsverband geboden omschrijving van: wat er ook moge gebeuren 1). Wil men bepaald iets aanvullen, dan kan men nog beter kiezen ttqöq xov xvqiov, omdat èvótifiovvze^ voorop staat en onmiddellijk aansluit bij èvdrifiriöai nQÖq zöv xvqiov en avz<b nog volgt. De exegese blijft dan dezelfde. En dat pleit er eigenlijk meer voor, maar liever niets aan te vullen. Paulus spreekt van één klasse van menschen, de geloovigen, hoe het ook met hen gesteld is. Paulus laat zien, dat de eenheid is bereikt ook in de levenshouding, gelijk ook het S-ccQQeiv ten slotte het leven beheerscht. Het Christus (avza> moet in dit verband op den xvqio$ zien) welbehagelijk zijn is het correlaat van het óia jiiozeoj$ jieQiizazov/iev van vs 7, komt zelf uit de nioziq op, hetgeen Paulus hier echter niet zegt, want hij gaat met vs io in een andere richting. Van een tusschentoestand, waarover Paulus nooit schrijft, is in dit vers evenmin sprake als van de paroesie. Wij ontnemen

*) Zoo ook ongeveer E. Kühl, Über 2 Korinther 5, 1—10, Königsberg, 1904, bl. 27.

Sluiten