is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij te kort doen aan de kracht van <paveQ<D&ïivai, indien wij het door verschijnen zonder meer zouden weergeven. Het is een verschijnen, zoo blijkt uit het vervolg, waarbij al wat gedaan is, aan den dag treedt. Bfj/ua tribune, veldheerszetel, rechterstoeli). Christus is de hoogste Rechter, voor Wien eens allen zullen moeten verschijnen, Matth. 16 : 27. Met Joh. 5 : 27 stemt overeen, dat Paulus den naam Xqiozó^ gebruikt. De Middelaar oefent ambtshalve het gericht in den naam des Vaders, Hand. 17 : 31; Rom. 2 : 16. Kofti^o/uai, wegdragen, ontvangen, bepaald van loon of soldij, d. w. z. in het werkwoord ligt een zekere evenredigheid uitgesproken tusschen wat men deed en wat men ontvangt, en dat is hier juist des apostels bedoeling, Ef. 6 : 8. "Exaozoq staat min of meer tegenover zovg Tidvzaq ri/uaq. Het is merkwaardig, dat de Schrift bij het gericht zoo vaak de afzonderlijke personen naar voren brengt. Er is een persoonlijke verantwoordelijkheid en dat komt bepaald in het oordeel uit. Ta dia zov aótfiazoq mogen wij niet opvatten als wat door het lichaam gedaan is b.v. in onderscheiding van wat de geheele mensch, c.q. zijn nvev/ia of ipv/jj heeft gedaan. Vooreerst komen wij dan in strijd met het verband, er komen niet öcó/uaza voor Christus' rechterstoel, maar menschen en de tegenstelling, die het verband maakt, is niet die van ziel en lichaam (Rom. 8 : 10; 1 Kor. 7 : 34), maar van èvórjfieiv en èxófjfisiv. In de tweede plaats kan de uitdrukking za óia zov Ow/uazoq zoo niet verklaard worden, wij zouden in elk geval een enkel aój/uazi verwachten. In de derde plaats zouden wij in strijd komen met wat Paulus elders schrijft, nooit worden bepaalde daden des menschen alleen aan het oütfia toegeschreven, hoogstens aan de 2a>/ua moeten wij verklaren naar

vs 6 en 8, waar het verbonden met èvórjftelv en éxdrjfieiv voorkomt. Dat wordt hier opgenomen, zoodat wij oöt/ia kunnen zien als korte uitdrukking voor het leven op aarde vóór het sterven, dia tov acófiazog is te vergelijken met tfia navzoq zov £ftv, Hebr. 2 : 15. Ta óia zov öatfiazog, wat gedurende het leven op aarde is geschied 2). Wanneer wij nu xofiiórjzai nemen in den boven aangegeven zin, verstaan wij, hoe za dia zov odjfiazoq er als object bij kan

*) Heinrici maakt in een noot de opmerking, dat de oude Christenen vaak militaire termen gebruikten, omdat er zooveel soldaten onder hen waren. Dat kan juist zijn, maar de gedachte der militia Christi kan ook zonder dat invloed hebben geoefend. In den tijd, dat Paulus 2 Kor. schreef, kunnen er nog moeilijk veel Christelijke soldaten zijn geweest.

2) We vatten Sca dus niet instrumentaal op. Kühl, a. w., bl. 29 merkt op, dat dan de gedachtezonden er buiten zouden vallen, terwijl toch door <paveg<o&ijvai allereerst gedacht wordt aan ra XQVJtza zijg xagSiag.