Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerst in de tweede plaats geweten1). Hier past bewustzijn zeer goed. Het meervoud zegt, hoe het bij allen hoofd voor hoofd moet zijn. De gemeente moest zich er van bewust zijn, dat zij Paulus erkende als apostel; er moest een voortdurende bewustzijnsinhoud dienaangaande bij hen bestaan, vgl. 4 : 2, Paulus hoopt, dat die er is. Kai maakt een parallel met het voorafgaande. Bij God staat Paulus als een onschuldige bekend, zoo moet het ook bij de Korinthiërs zijn. Wij lezen ook hier weer tusschen de regels een verdediging van Paulus tegen zijn belagers. De apostel verdient vertrouwen bij zijn nei&eiv. Hij heeft geen bijbedoelingen, laat staan slechte bedoelingen. Dat weet God, de gemeente moet het ook weten, vgl. 2 Kor. 1 ; 23.

12. Reeds in vs 11 verdedigde Paulus zich, zij het meer indirect, tegen aanvallen, meer direct doet hij het in vs 12. Dat de woorden gelijk zijn aan die van 3:1, doet ons zeggen, men heeft Paulus te Korinthe beschuldigd, dat hij zichzelf aanbeval. Wij kunnen niet met zekerheid zeggen, waarin die beschuldiging haar aanleiding vond, wij kunnen vermoeden in het zich aandienen van Paulus als apostel van Jezus Christus. Immers als zoodanig treedt Paulus ook in zijn brieven op. En juist Paulus' apostolaat wordt te Korinthe in twijfel getrokken. ndi.iv wordt zoo ook begrijpelijk, immers ook in vs 11 werd het apostolisch gezag ondersteld. Daar had Paulus tot op zekere hoogte zichzelf geprezen. In elk geval spreekt hij daar over de wijze, waarop hij zijn ambt vervult en onderstelt hij, dat hij het zoo moest vervullen. Hij doet, wat hij moet doen, dat kan als een prijzen van zichzelf worden opgevat. Nu gaat Paulus zeggen, waarom hij schreef, als hij deed. Waarlijk prijst hij zichzelf (let op het sterke èavvovg2) niet aan, hij heeft een andere bedoeling, die in den zin met het partic. staat uitgedrukt. Dat participium hangt min of meer in de lucht. Soms neemt men het bij ovvicravofjev, het lijkt mij nog eenvoudiger er ècfiêv bij te denken, vooral omdat Paulus hier iets zegt, dat hij steeds, onder alle omstandigheden doet. Eventueel kan men zovto Xéyo/iev of iets dergelijks in den zin denken. In ieder geval hebben we een elliptische, doch volkomen duidelijke constructie. 'AtfOQun vertalen wij het best door aanleiding; men kan in dit vers ook stof of reden

*) Zie b.v. Bauer, s. v.

2) Het is waar, dat v/iïv achteraan staat, op een plaats, die den nadruk heeft. Toch wijst in het verband niets in die richting. Immers het is niet zoo, dat Paulus zichzelf niet bij de Korinthiërs, wel bij anderen aanbeveelt. Waarschijnlijk heeft Paulus avviozavo^v tusschen de twee pronomina in geplaatst om evenwicht in den zin te brengen, vgl. de woordorde in 1 Kor. 14 : 33a* Hij zegt niets meer, dan dat hij zich met het vs 11 geschrevene niet bij de Korinthiërs aanbeveelt.

Sluiten