is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat beheerscht Paulus' werk. Hij predikt den waren Christus 1).

17. Ook vs 17 begint met het bijwoord atozs en is dus een conclusie. Het is het eenvoudigste, indien wij vs 17 geheel parallel laten loopen met vs 16 en vs 17 meer in het algemeen laten zeggen, wat vs 16 in het bijzonder zeide. Vs 16 trok als slotsom uit het leven voor Christus het niemand meer kennen naar het vleesch. Vs 17 breidt het uit en noemt ieder, die èv Xqiözü) is, xccivi] xziaiq, een uitdrukking, die niet alleen het kennen betreft, maar den geheelen persoon. Zoo wordt ook dit vers beheerscht door de gedachte van het nieuwe leven. De constructie sï xiq houdt in: ieder, die is... is. 'Ev Xqiozü verstaan wij als steeds bij Paulus. Het beteekent Christus ingelijfd te zijn, lid zijn van Zijn lichaam en daarom geheel door Hem geregeerd worden, deel hebben aan de vruchten van Zijn werk, maar ook door den mystieken band aan Hem verbonden, bewust leven tot Zijn eer, Rom. 16 : 7. 'Ev is locaal te nemen, in de sfeer van2). Wie aldus in Christus is, die is een nieuwe schepping. Kaïvóq is in onderscheiding van véoq, dat meer op den tijd ziet, het woord van de hoedanigheid 3). Wie in Christus is, is niet een jong, maar een anders geworden schepsel. Daar in het Nieuwe Testament xzioiq en xrio/ia niet scherp worden onderscheiden, bestaat er geen bezwaar om xzioiq door schepsel te vertalen, gelijk ook wij trouwens schepping wel voor het geschapene gebruiken. Er is nog een verdere overeenkomst. Want zooals wij schepping volstrekt niet uitsluitend bezigen, voor hetgeen nieuw uit niets door God is voortgebracht, zoo ook xzioi$. De vernieuwde zi$ bestaat, dat leert het verband, niet uit volkomen nieuwe stof of uit nieuwe geestelijke bestanddeelen, maar hij is vernieuwd, een vernieuwing, die zoo volkomen is, dat van xvioiq kan worden gesproken 4). Wie deel heeft aan

x) Bachmann vestigt de aandacht op het negatieve karakter van vs 16 en wijst er terecht op, dat dit in verband staat met de breuk, het sterven, waarvan vs 14 en 15 sprak.

2) Zie Komm. op 1 Kor., bl. 1x8, noot 3. Wel heeft Lietzmann gelijk, als hij zegt, dat op onze plaats èv de beteekenis van Sia + 2 heeft en dat Sia Xqiotov beteekent Sia tov davdiov xov viov avxov, Rom. 5 : 10.

3) G. Heine, Synonymik d. Neutest. Griechisch, Leipzig 1898, bl. 195.

4) Men mag immers natvt] xzioig niet zoo opvatten, dat Paulus er mee bedoelt, dat wie in Christus is, niet meer dezelfde persoon is, als hij vroeger was, maar een nieuw geschapen wezen. Dat zou in strijd brengen met veel wat Paulus schreef, vgl. b.v. Rom. 6 : 4, maar in ons verband met vs 15, dat de identiteit handhaaft van hen die sterven en die leven. Trouwens ook ia aojjafa naQrjX-d-ey wijst in die richting; het beteekent immers niet, dat alle dingen, die