is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het werk van Christus. Het enkelvoud aov, ooi, is naar Jes. 49 : 8, waar God tot den Knecht des Heeren spreekt. Wij kunnen voor het minst de vraag stellen, of Paulus het pronomen van den tweeden persoon hier soms laat slaan op de gemeente in haar geheel en dus ook op de afzonderlijke leden, onder Christus hun Hoofd 1). Christus is ook den Korinthiërs gepredikt als hun Heiland en Verlosser. Wanneer Paulus met ióov een enkele zinsnede uit het citaat herhaalt, blijkt wel, waarom het hem in het bijzonder te doen is. Het is op dit oogenblik een aangename 2) tijd, een dag des heils. Nu kan men vragen, of dat overeenkomt, met wat wij schreven over 'ïai en over het citaat, als herinnering aan de ontvangst van de eerste prediking. Wij antwoorden, dat de xaigoq óexzóq daarvan moet worden genomen, maar daartoe niet behoeft, zelfs niet mag worden beperkt. Immers, de uitspraak van het citaat is algemeen en geldt daarom van den eersten, maar ook van eiken keer, dat God hoort en helpt. dextó$ ziet ten slotte op eiken tijd, die door God wordt bepaald als een tijd van zaligheid. God stelt een tijd, de tijden vast, die voor Zijn volk dagen van heil zijn 3). De Korinthiërs hebben weer verhooring en zaligheid noodig, zij zijn in zonde gevallen. Paulus herinnert aan de prediking, die hij bracht, juist omdat de Korinthiërs die zelfde prediking weer behoeven. Sinds 5 : 18 spreekt de apostel over den hoofdinhoud van het evangelie. Nu doet hij het in verband met de Schrift. Men moet zich het eenmaal gepredikte en altijd weer noodige evangelie te Korinthe recht voor den geest stellen. Ook op dit oogenblik is er redding voor hen. Men lette er op, dat voor xaiQÓq en iifiéQa het lidwoord ontbreekt. Ook daarin kan men het eens en telkens weer aangebroken zijn van den tijd der genade lezen. Maar die tijd der genade kan ongebruikt voorbijgaan, vandaar de waarschuwing. Men vergelijke het betoog Hebr. 3 en 4, dat zich ook bij een citaat aansluit. Wij merken nog op, dat deze vermaning, hoezeer de Korinthiërs haar behoefden, toch in dit stuk van het betoog bijzaak is. Paulus handelt over zijn ambt, dat blijkt vs 3 weer duidelijk. Maar over zijn ambt handelend, spreekt hij ook even over den inhoud van zijn prediking, juist omdat de Korinthiërs dat noodig hadden. En

1) Calvijn: verum scimus, quae sit analogia capitis ad membra.

2) Dat Paulus thans cvjtgóaSsxxog schrijft, zal wel zijn, omdat deze vorm hem meer gewoon was, dan de juist uit de LXX overgenomen vorm Senzóg. Toch komt Sexzós in het N. T. wel buiten citaten voor Luk. 4 : 24; Hand. 10 : 35, bij Paulus Fil. 4 : 18. Het is dus ook mogelijk, dat de combinatie in Jes. 49 : 8 den apostel wat vreemd aandeed. EvjzQÓodexxog komt in ieder geval meer bij Paulus voor, Rom. 15 : 16, 31; 2 Kor. 8 : 12; ook 1 Petr. 2 : 5.

3) Mooi wijst Calvijn er op, dat het welbehagen Gods voorop staat, uit Gods barmhartigheid komt voor ons de zaligheid.