is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schiedde. De xavxyGiS staat in zekeren zin tegenover de naQQtioia, vult die voor het minst aan. Het eerste woord denkt aan het verleden, het tweede aan de toekomst; het eerste zegt, dat God groote dingen deed, het tweede, dat er nog wel iets veranderen moet. Veel sterker zijn de volgende uitdrukkingen en imeQxeQiaaevofiai. Het per¬

fectum en het praesens wijzen op een voortdurenden toestand. De woorden spreken van een geheel en al in beslag genomen worden. Paulus was een hartstochtelijk man, en hij leeft met al de liefde van zijn ziel met de gemeente mee. Wat Paulus dan zoo geheel en al vervult, is naQccx).ri<siq en Het

eerste moet in verband met het parallel geplaatste vreugde wel vertroosting beteekenen. In die richting wijst ook het vervolg, dat toelicht, waarin de troost en de blijdschap in concreto bestaan. Eveneens spreken de lidwoorden van bepaalden troost en blijdschap. Zoo vermeldt de apostel de werkingen, die van de gemeente naar hem uitgaan, hij ontvangt TiaQÜxXriaiq en Z«o« !). Daarom lichten deze woorden het formeele 710i.lij xavxtjöiq toe. Zij geven er min of meer den grond voor aan. Paulus kan God over de gemeente prijzen, omdat hij zooveel goeds van haar ontving. De gemeente had ondanks haar vele zonden, ook veel goeds, vgl. 1 Kor. 1 : 4 vlg., hetgeen weer aan den dag was getreden en waarachtige liefde, gelijk Paulus haar bezat, merkt ondanks alle bezwaren juist het goede op. Meer nog, Paulus wil zich door deze gemeente, die hem zoo heeft bedroefd, tot op zekere hoogte nog bedroeft, dankbaar laten vertroosten en verheugen. En dat hij daarvan spreekt, is al weer om de gemeente te winnen. 'Etii naör\ xfi S-Xiipei {jfidtv hoort, althans naar de beteekenis, bij de twee laatste uitdrukkingen, ook al zou men het op grond van de constructie van den zin alleen bij de laatste nemen. Reeds eerder sprak Paulus van verdrukking en vertroosting, vgl. 1 : 6 vlg. Had Paulus daar gezegd, dat hij verdrukking leed, opdat de gemeente er door getroost zou worden, het omgekeerde is ook waar, de gemeente schenkt hem vreugde in zijn benauwdheid. Zoo is er de wisselwerking, waarvan eveneens reeds eerder, zie 1 : 11, sprake was. Wij mogen in vs 5, m. n. aan het slot, een nadere verklaring lezen van de op onze plaats bedoelde iïi.ïxpiq. Merkwaardig is, dat Paulus na tot dusver in den eersten persoon enkelvoud te hebben geschreven, thans iifiwv zegt. Iets bijzonders zullen wij daar niet uit mogen afleiden. Misschien dit, dat Paulus wel wist, dat zijn medewerkers de verdrukking met hem deelden en dat hij haar dus niet wil

*) Dit Xa9^- n^et strijd met 2:3. Immers op deze laatste plaats staat niet, dat Paulus geen blijdschap heeft, maar dat hij smart, die kon ontstaan, wil voorkomen. En wat nog meer zegt, 2 : 3 ziet op den tusschenbrief, toen de situatie heel anders was dan thans.