Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

apostel bekwaamde om het leed op de rechte wijze te dragen, ook op het rechte oogenblik kwam met de rechte vertroosting.

7. Vs 7 breidt vs 6 uit. Was Titus alleen maar gekomen, dan had dat reeds troost voor Paulus beteekend. Het is vooral in ellende een vreugde om een geliefden vriend en broeder te ontmoeten. Doch God gaf meer, niet alleen een ontmoeting met Titus, ook goede berichten uit Korinthe. 'Ev vóór rfi xaQovcia en vóór zfi naQaxXr}Oei staat op één lijn met het év uit vs 6 en laat zien, dat beide door tv ingeleide uitdrukkingen met xcigexaAeoev moeten worden verbonden. Lezen wij dus voluit: ö 9-sdq TtccQSxdAeötv èv zfi nagax^ön y ö Tiro$ TtaQSxkriS-ri è<p' v/uiv, dan blijkt, hoeveel nadruk Paulus op het naQaxa).elv legt; troost was er aan alle zijden. Titus was door de Korinthiërs vertroost, daarom kon hij Paulus troosten, die in ellende was ter wille van de Korinthiërs en de troostrijke mededeelingen van Titus waren het middel, dat God gebruikte om Paulus te troosten 1). Ten slotte is het God, Die alles geeft. 'E(p' v/uiv is ons niet geheel duidelijk, wij kunnen het door bij u en door over u vertalen; waarschijnlijk is wel dit laatste gemeend. De bedoeling van tv vxi 7cu(iax).rj<>£i is niet, dat Titus getroost was en dat dit feit Paulus tot troost was, maar dat Paulus getroost werd door dezelfde dingen, die Titus tot troost waren geweest. Gronden daarvoor zijn: a. Paulus was niet in de war over Titus, maar over de Korinthiërs; b. het vervolg noemt zakelijk op, wat Titus tot troost is geweest en zegt, dat hij daarvan, uit den aard der zaak om Paulus op te beuren, mededeeling deed aan den apostel. Bij ava-yyè)J.<av valt de constructie op. Na avzov zouden we c.vayyii./.ovzoq: verwachten. Misschien heeft jiccgexlriS-ri, dat onmiddellijk voorafgaat en Titus tot onderwerp heeft, den nominativus veroorzaakt; in ieder geval belet de beteekenis van het participium het met xa<»ïxi.rj!ïti te verbinden 2). Feitelijk hebben wij dus weer een anakolouth met een participium. 'Il/uiv vftatv, een echt Paulinische woordspeling. E7iuzó9-ri<si<i komt alleen in 2 Kor. 7 in het Nieuwe

') Hier blijkt, dat Titus met zorg naar Korinthe is gegaan. Hij wist niet, dat de tusschenbrief toch was gaan werken. Dat hij dit merkte, was hem tot troost. Meer dan eens wordt uit deze pericoop afgeleid, dat Titus nog niet eerder te Korinthe was geweest, vgl. ook met name vs 14. Met volkomen zekerheid is niet te zeggen, of het bezoek, waarvan Paulus in cap. 7 spreekt, het eerste was, dat Titus te Korinthe bracht. In ieder geval mag worden ondersteld, dat Titus, eer hij naar Korinthe vertrok, voldoende door Paulus van de toestanden aldaar op de hoogte is gebracht.

2) Een soortgelijk geval Kol. 1 : 10. Daar staat xaojTocpoooï>vi£<; xal avljavó/tEvoi, blijkbaar omdat de Kolossensen subject van de participia zijn, maar bij ncQijiaxrjaai zou naar den gewonen regel het subject in den accusativus staan.

Sluiten