Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog al eens voorkomende ovviazdvoj, heeft hier niet de beteekenis aanbevelen, maar bewijzen. 'Eavtovq, §§ 49 en 206. 'Ayvóg spreekt van zuivere bedoelingen. Dat is voor Paulus een zaak van veel belang. De Korinthiërs, daarvan is hij overtuigd, probeeren niet Paulus om den tuin te leiden. Het is niet zoo, dat zij Titus slechts met woorden hebben gepaaid, en ondertusschen hun gang gaan. De apostel heeft in hun heele optreden (èv navzi) het bewijs gevonden, dat zij innerlijk goed tegenover hem staan. Zij hebben geen reserves, de zaak is volkomen in orde en juist dat is de reden van de vreugde, waarvan de apostel sprak, vs 9. Paulus kan met ayvovq slvai niet bedoelen, dat de Korinthiërs ook vroeger, toen zij zich verkeerd uitten, toch inwendig wel goed stonden, evenmin, dat de gemeente zich zelf zuiver achtte1), want vooreerst spreekt avvsatrtaars juist van wat naar buiten komt en vervolgens leert het verband, dat de geheele verhouding verkeerd was en dat bij de Korinthiërs een radicale verandering heeft plaats gegrepen. De apostel wil zeggen, dat zij thans, na de bekeering, waarvan vs 9 sprak, zuiver staan. T<i> xQay/uavi is een dativus, die uitdrukt ten opzichte waarvan de Korinthiërs zich zuiver hebben betoond, dus een dativus limitationis, § 140. Dat hier van ró ngay/ua sprake is zonder meer, bewijst, dat Paulus denkt aan een algemeen bekende kwestie. En dan zulk een, waarbij zich een botsing tusschen Paulus en de gemeente had voorgedaan, doch die later geheel in orde was gekomen. Het ligt voor de hand die kwestie in het onmiddellijk volgende beschreven te zien. Het is aan het slot van het vers niet ondienstig er aan te herinneren, dat xaza &eóv aan het begin van het vers het geheel beheerscht, en dat wij daarom de deugden, welke de waarachtige smart te voorschijn riep, wel als verandering van houding tegenover Paulus mogen zien, maar dat ze ten slotte beteekenen een andere houding tegenover God. Vooral in ayvóq, dat op het innerlijke ziet, komt dit duidelijk uit 2).

12. "Aqcc, aan het begin van den zin, § 361. Moeilijk te verklaren is, dat Paulus hier, zooals uit ccqcc blijkt, een conclusie geeft. Vs 12 is zeker geen slotsom uit het onmiddellijk voorafgaande. Nu hebben wij al herhaaldelijk moeten op-

*) Als ik Windisch goed begrijp, gaat zijn opvatting in deze richting. Gemeint ist dann: im Bliek auf den traurigen Vorgang an sich standet ihr von Anfange an, ,,in jeder Hinsicht" steht ihr nun schuldlos da. Wij krijgen uit Paulus' betoog veel meer den indruk, dat vroeger zooal niet de geheele, dan toch vrijwel de geheele gemeente zich achter den adixijcrag had gesteld en dat eerst Titus had mogen vaststellen, dat er verandering was gekomen. Wel kunnen wij meegaan met PJummers opmerking, dat Paulus om de Korinthiërs te sparen schrijft elven en niet yevéo&ai.

2) Men zie een opmerking van Calvijn, die in deze richting wijst.

Sluiten