is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat niet vóór tiq v/uaq maar vóór xt/\v '/j'cqiv, waaruit volgt, dat niet de Korinthiërs met andere kerken worden vergeleken, maar de met ander werk x). 3. Wat Paulus 1 Kor. 16 : 1 vlg. over de collecte schrijft, is weliswaar een antwoord op een vraag, maar onderstelt alleen werk van Paulus, niet van Titus. Vóór het schrijven van 1 Kor. kan Titus niet te Korinthe zijn geweest. Heeft hij iets te Korinthe gedaan aan de collecte, dan moet dat tusschen 1 en 2 Kor. vallen, d. i. bij het bezoek, dat Titus in opdracht van Paulus bracht. Houden wij met al deze dingen rekening, dan komen wij tot deze voorstelling. Toen Titus Korinthe bezocht, viel het erg mee. Paulus' tusschenbrief had toch eenige uitwerking ten goede gehad. Nu Titus dat merkte, kon hij ook nog wel iets over de collecte zeggen {nQoevriQ^aró), een zaak, welke Paulus zoo na aan het hart lag 2). Dat had de apostel reeds bewezen, toen hij in Kor. was, dat had hij nader toegelicht in 1 Kor. 16. Nog steeds was de zaak niet in orde. Titus bereikte veel te Korinthe. Maar in zake de collecte kreeg hij nog niet alles gedaan, wat er moest geschieden. Er was wel bereidwilligheid, maar men zette niet door. Dat heeft Titus aan Paulus bericht en als de apostel schrijft, is het eerste nieuwe, d. w. z. na het stuk over de herstelde verhouding, onderwerp, dat hij behandelt: de collecte. Paulus vermaant de Korinthiërs de zaak thans krachtig ter hand te nemen. 1 itus komt met 2 Kor. en wordt tevens door Paulus ingeleid om

') J. E. Belser, Einl. i. d. N. T., 2e dr., Freiburg i. B., 1905, bl. 477, die een gansch andere voorstelling van zaken geeft, beweert, dat xai' beteekent, dat Titus ditmaal ook de collecte, die door de Korinthiërs was begonnen, zou afmaken, want doel van de nieuwe reis van Titus was bepaald en alleen de collecte. Deze exegese is onmogelijk, nu TtQoevriQ^axo aan èrcixEXéar] voorafgaat. Dat geeft te kennen, dat Titus werk, dat hij zelf begon, thans moet afmaken. Kai noemt van dat werk met name de collecte. Zie ook G. S. Duncan, St. Paul's Ephesian Ministry, Londen, 1929, bl. 245. Bachmann wil niet laten afhangen van jiQO£vrfgl;azot omdat: 1. de woordorde dat verbiedt, 2. uit cap. 8 en 9 blijkt, dat Titus nog niet met de collecte bezig was geweest. Ik kan de juistheid dezer argumenten niet zien. Integendeel, al kan êjiiTeXeiv op zich zelf ook wel volvoeren beteekenen en niet bepaald afmaken, zoo hooren wij in ons vers een tegenstelling, wil men een aanvulling, nu jT.ootvi'iü£;azo en EjtizeXearj naast elkaar voorkomen. Deze constructie maakt het wenschelijk x°-Qlv tot object van beide verba te maken (trouwens welk ander object wil men jiQOEvijQ^aTO geven?) en te verklaren, dat Titus behalve andere dingen, die hij begon en moest afmaken, dit ook deed met de collecte.

2) Ziet jiooi:v7jgë;ai:o op het werk, dat Titus bij zijn eerste bezoek voor de collecte deed, dan kunnen we ook inléoveHzrjoa 12 : 18 gemakkelijk verstaan. Titus was te Korinthe met financieele zaken bezig geweest, maar niet om zichzelf te verrijken.