is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. Dat Paulus de Korinthiërs niet wil vermanen met het voorbeeld der Macedoniërs, blijkt vooral vs 9. Met yuQ geeft de apostel te kennen, wat de laatste grond is, waarom hij de Korinthiërs kan opwekken te collecteeren. Die grond ligt in het werk van Christus, daar moeten de Korinthiërs in de eerste plaats op letten. In zooverre is er een climax. In £«<?<?» waarover dadelijk, wordt de grond (y«p) nauwkeurig genoemd! Wij letten er eerst op, dat Christus hier niet als voorbeeld ter navolging wordt gepredikt. Dat komt trouwens zelden voor in het Nieuwe Testament en alleen ten aanzien van Christus' zich in nederigheid ten dienste van anderen stellen, Joh. 13 : 15; 1 Petr. 2 : 21. Paulus doet hier iets anders, hij spreekt van den geestelijken rijkdom, dien de gemeente aan het arm zijn van haar Heiland te danken heeft en die haar verplicht anderen stoffelijk te helpen. Wij naderen dus tot de gedachte van Rom. 15 : 27, waar ook uitgesproken wordt, dat ontvangen geestelijke weldaden verplichten tot het betoonen van stoffelijke. Nauwkeurig gezegd, geeft dit vers dan ook eigenlijk aan, waarom het geven aan de armen x<*QlS is. Xagiv staat in vs 9 voorop. Omdat Christus zooveel y.aQiq bewees, heeft de gemeente /«<;><« te bewijzen. Zoo gebruikt Paulus in dit verband al de beteekenissen van die uit den aard der

zaak niet los naast elkaar staan, doch samenhangen. Thans is xtcQiq aanduiding van het genadewerk van Christus. Juist omdat Christus genade betoonde, alles om niet schonk, kan Hij door Zijn apostel de verplichting op de gemeente leggen om anderen te helpen. Dat is xö yvtjoiov zfjq aydxtjq, de ware dankbaarheid. Maar het is voor de gemeente zelf een voorrecht, dat zij mag helpen, omdat het opkomt uit wat zij zelf ontving, deel is van haar behooren aan Christus. Nog zij hier opgemerkt, dat Paulus ook thans weer onderstelt, dat de Korinthiërs met het werk van Christus en het karakter daarvan volkomen op de hoogte zijn, dat blijkt uit yivwoxexs. De eerste apostolische prediking heeft den vollen Christus gebracht, rivótaxsxs kan indic. en imper. zijn, bij ytci> is het eerste het meest voor de hand liggende. Of XqiOxov tot den tekst behoort, is twijfelachtig; maar ook, indien deze naam van den Middelaar zou moeten vervallen, is Hij nog met twee namen genoemd, den naam ó xvqio5 ij/noiv, die van Zijn heerlijkheid en de heerschappij over Zijn volk spreekt, den naam 'Irjoovq, die bepaald de naam is, gebruikt voor den Heiland tijdens Zijn vernedering op aarde. Zoo wil Paulus ons doen denken aan den Verheerlijkten Schenker van de genade, die Hij door Zijn lijden en sterven heeft verworven. Eventueel wijst Christus daarbij nog op het ambtelijk karakter van het werk. Juist deze aanduiding geeft ons het recht te zeggen, dat men te Korinthe niet slechts van de feiten, maar ook van het karakter van de feiten op de hoogte was. En