is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorts, dat het volle genadebetoon van den Middelaar tot het bewijzen van x^Q1? moet nopen. De zin met óvi stelt het genadewerk nader in het licht, is explicatief ten aanzien van y/iQiq. Daaruit volgt, dat afgedacht van de vraag, wat in den zin met oti op den voorgrond staat, deze zin niet uitsluitend op de menschwording mag worden betrokken, maar ziet op heel het werk van Christus. In dezelfde richting wijst de zin met ïva, die immers slaat op de volle vrucht van het werk van Christus, nxovoioq üv vóór ènrótxsvasv kan slechts doelen op den staat van Christus vóór de vernedering, dus op de Goddelijke majesteit, die Hij bij den Vader van eeuwigheid genoot. Joh. 17 : 5 spreekt van do§«, die Christus bij den Vader had, eer de wereld was. Fil. 2 : 6 schrijft Paulus van Christus èv fioqipfi S-eov vjiüqxcov en Hebr. 12 : 2, luidt: o? avvl Tij? tiqoxeifitvris avvü xcc&a? vrcéfisivev otkvqóv xtè. Wij zullen deze dingen nooit adaequaat kunnen uitdrukken. Menschelijk voorstellend zeggen wij: er kwam armoede, waar rijkdom was. Wel is üv van belang, evenals vKaqx^v Fil. 2 : 6. Christus verliest Zijn rijkdom niet. Toegegeven moet, dat Paulus in dit verband niet spreekt over wat Christus bleef, maar over wat Hij was op het oogenblik van het xro>%eveiv. Maar niettemin is üv van eenige beteekenis, Christus is en blijft rijk, maar wordt, alweer indaequaat uitgedrukt, bovendien arm 1). Eu rv(tt-1' staat in den aoristus om een historisch feit of het complexieve aan te geven. Daarbij houde men echter in het oog, dat jtro/eva» niet is arm worden, doch arm zijn, Jezus was arm. De vraag is, ziet deze armoede op de menschwording qua talis of op het feit, dat Christus tijdens Zijn ambtsvervulling op aarde arm was. De tegenstelling nlovöioq üv en de beteekenis van .Trojxeüo> wijzen in de tweede richting. De Zoon van God nam een menschelijke natuur aan en behield haar, (vgl. ook wat wij over x^Qiv ó'ri schreven), die gebukt ging onder de gevolgen der zonde, waartoe ook de schamelheid behoort. En dat <fi v/ia$, om uwentwil. Natuurlijk is dat niet exclusief bedoeld, alsot Christus alleen ter wille van de Korinthiërs arm was. Daarom is er ook geen reden voor de vraag, of Christus ten slotte niet arm was om het rijk Gods te bouwen, om de eere Gods. De reden van het menschzijn van Christus wordt op meer dan

1) Wij maken hierbij de opmerking, dat men uit wv niet al te veel mag afleiden. Immers cóv kan praesens, maar kan ook imperfectum beteekenis hebben. Neemt men cov als imperfectum, dan zegt Paulus niet meer, dan dat Christus rijk was op het oogenblik van Zijn arm worden, zonder zich uit te laten over het voortduren van den rijkdom. Wanneer we toch schrijven, Christus verliest Zijn rijkdom niet, dan berust dat daarop, dat nXovoio? cov met voor, maar achter staat en dat xa>x£VO£V niet is> werd arm,

maar was arm.