Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel uitkomen, van hoeveel beteekenis voor hem de bereidwilligheid is. Hoeveel zij heeft, doet er niet toe. Indien zij slechts geeft, naar dat zij heeft. Wat iemand niet heeft, wordt in 't geheel niet gevraagd 1).

13, 14. Ook vs 13 is een reden en wel van vs 12 en daarom weer een reden van het evenredigheidsbeginsel. Vs 12 bezag het van de zijde van den gever, nu wordt het meer bezien van de zijde van gever en ontvanger samen, wil men van het resultaat. Het is niet zóó, dat de Korinthiërs ten gevolge van een al te veel weggeven in in druk of moeilijkheden

zouden moeten komen, opdat anderen daardoor verkwikking, verlichting zouden hebben. Het volk zegt: men behoeft zich voor een ander niet uit te kleeden! Ook hier matigt Paulus de milddadigheid, waardoor het den Korinthiërs gemakkelijker wordt haar te beoefenen. Over de laatste woorden van het vers, ai-i. 'ti iaózrjxoq, bestaat verschil van meening. Vroeger werden deze woorden algemeen bij het voorafgaande genomen, hetgeen ook in de versindeeling tot uitdrukking komt. En ook nieuwere exegeten, zoo Belser, nemen dat standpunt in, vooral, omdat, indien men de woorden bij het volgende neemt, in één vers tweemaal ioótrjs voorkomt. Dat is echter geen bezwaar, als wij zullen zien, terwijl verbinding met het voorafgaande alleen mogelijk wordt door een groot aantal woorden bij te denken, b.v. maar het is voldoende, indien er gegeven wordt naar den maatstaf van gelijkheid. Nemen wij de woorden bij vs 14, dan is geen bijdenken van woorden noodig, doch kan worden vertaald: maar naar den maatstaf van gelijkheid in den tegenwoordigen tijd is uw overvloed ten dienste van hun gebrek. De apostel kan daaronder niet verstaan, dat alle leden der gemeente evenveel moeten hebben en dat de rijken moeten geven, totdat zulk een gelijkheid is bereikt. In de eerste plaats past dat niet in het verband. Immers er is hier niet sprake van de toestanden in één gemeente, maar Paulus wil den Korinthiërs duidelijk maken, dat zij voor Jeruzalem moeten geven en stelt daarvoor ook enkele algemeene regels op. \ an nog meer belang is, dat Paulus begint met te zeggen, dat naar den regel van gelijkheid overvloed gebrek moet wegnemen. Dat is geen optellen en door twee deelen, maar het te kort verhelpen door een te veel. De rijke, dat is die meer heeft, dan hij behoeft, mag den arme geen gebrek laten lijden. 'Ev T(b VVV xcciQd) stelt in uitzicht, dat de zaken later anders zullen' staan. Wat Paulus leert, betreft deze bedeeling. Men

!) Bachmann verklaart dit vers, aldus: bereidwilligheid is welkom, voorzoover zij althans iets heeft. Deze exegese is in strijd met het verband, dat leert, hoe Paulus de enkele nQoftvpia, het iïéXeiv reeds van beteekenis acht. Bovendien moet Bachmann, wat hij ook doet, £%etv vs 12 anders opvatten dan vs 11.

Sluiten