is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Titus 1), maar dat wordt door röv adeZtpóv, ov wel buitengesloten. Chrysostomus maakt de opmerking, dat de ongenoemde broeders, die in dit verband voorkomen, broeders zijn, die de Korinthiërs nog niet kenden en die Paulus daarom door veel goeds van hen mee te deelen, bij de Korinthiërs aanbeveelt. Dat zou de oplossing kunnen zijn. Kenden de Korinthiërs de menschen niet (anders dan wij boven onderstelden), dan zegt hun naam niets, meer in ieder geval, wat in hun voordeel kan worden opgemerkt. Het waren bekenden van Paulus, aan wie hij op grond van hun verdiensten het werk toevertrouwde. 'Ev x<b evayysi.iat, in de prediking van het evangelie, Paulus zendt een evangelist, een van zijn medewerkers. En een, dien men gaarne hoorde, men prees hem in alle kerken. Voor èv vgl. èv tovtoj ovx èjtaivut, i Kor.

11 : 22. Ttaaai ai èxxJ-ijoiai, niet alle kerken, die er bestaan, maar alle kerken, waarin de man werkte, dat zullen in de eerste plaats de Macedonische zijn geweest. In die kerken verkeerde Paulus en over deze schrijft hij geregeld, vs i vlg.

19. De kerken prijzen den broeder niet alleen, maar zij hebben hem ook 2) aangewezen om bij de collecte mede te helpen. Dat wil zeggen, dat niet slechts Paulus den man heeft gezonden (cvvexéfix(><xfiev), maar dat de kerken aan die zending hebben meegewerkt. Omgekeerd, al werken de kerken mede en al erkent Paulus dat ten volle, het is Paulus, die den man zendt. Wij zien de groote voorzichtigheid van Paulus in financieele zaken. Titus was zijn man, hij plaatst er den man der gemeenten naast. Die voorzichtigheid was in dit geval te meer noodig, nu men Paulus, en misschien ook Titus 3), had beschuldigd zichzelf te verrijken, een beschuldiging, waartoe het aandringen op collecteeren aanleiding kan hebben gegeven,

12 : 16. XeiQozovéat is niet uitsluitend stemmen door handopsteken, het is wel stemmen in het algemeen, afgedacht van de wijze, waarop is gestemd 4). In verband met het participium xeiQOTovrj&eïs moet ov fióvov dé alXii xai niet verstaan worden van Paulus' zending en de stemming der gemeente, maar van den lof der gemeente en haar stemming. Men prees

') Zie b.v. A. Souter, Interpretations of eert. N. T. pass., Expositor, Juli 1914.

2) Ov /J.ÓVOV dè a.XXa xai ook Rom. 5 : 3.

3) Dit is vermoeden. Wij leiden het niet uit 12 : 18 af. Daar hebben wij een rhetorische vraag, die eerder het tegendeel zegt, n.1. dat Titus niet zijn voordeel heeft gezocht en dat de Korinthiërs dat ook erkenden.

4) Zie b.v. Bauer, s. v. Plummer wijst er op, dat jfetpororéco ook benoemen zonder meer kan beteekenen. In ons verband doet dat niet ter zake, daar het in elk geval de bedoeling is er nadruk op te leggen, dat niet Paulus, maar de kerken den man hebben gekozen of benoemd. Over den nominativus ytLD°z°V7]&t:ig zie bij vs 20.