is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem en wees hem bovendien uitdrukkelijk aan. De èxxXrjöiai kunnen niet anders dan de Macedonische kerken zijn. Nu kan men vragen, hoe hadden de Macedoniërs het recht om iemand aan te wijzen, die te Korinthe voor de collecte zorgde. Het antwoord zal wel moeten zijn, blijkens de nu volgende algemeene karakteriseering der collecte, dat deze een zaak is van alle kerken. Ook Korinthe mag haar man aanwijzen, i Kor. 16 : 2. De gansche collecte gaat als één gezamenlijk dankoffer van al de heidenchristelijke kerken naar Jeruzalem, Hand. 24 : 17, het is één /.oytia eiq zovq ayiovq. Zoo hebben de Macedonische kerken ook belang, bij wat er te Korinthe gaat gebeuren en is het niet vreemd, dat zij den man aanwijzen, die Titus op de collectereis zal vergezellen. Houden wij met deze dingen rekening, dan verstaan wij nog weer beter, waarom Paulus den broeder zendt. De man moet optreden in het door den apostel georganiseerde collectewerk. Paulus legt zich niet slechts neer bij de keuze der kerken, maar wijst ook zelf den gekozene aan, zoodat hij hem prijzen kan en dus geschikt acht. De broeder wordt genoemd <svvéxórj/u.og ijftwv, ome reisgezel. Hier blijkt wel, dat het Paulus niet bepaald om Korinthe te doen is. De man is tot Paulus' reisgezel aangewezen om met Paulus de geheele opbrengst naar Jeruzalem te brengen, vgl. 1 : 16. Merkwaardig is, dat Hand. 19 : 29 hetzelfde woord heeft van de Macedoniërs Gaius en Aristarchus. Het is waar, dat Paulus daar nog niet in Macedonië is, laat staan op de terugreis uit Griekenland naar Jeruzalem. Toch zou het niet onmogelijk zijn, dat de genoemden reeds eerder door de Macedonische kerken waren aangewezen en dat ook hier één van beiden en dan weer waarschijnlijk Aristarchus, Hand. 27 : 2, alleen vermeld, is gemeend. In ieder geval vergezellen Macedoniërs, ook Aristarchus, Paulus op de reis naar Jeruzalem met de collecte, Hand. 20 : 4. Weer heet de collecte vs 1,

4 enz., en ook wordt het aan éiaxovia, vs 4, herinnerende óiaxovelv gebruikt. De genade, het liefdebetoon is een dienst, die door Paulus wordt verricht. Hoeveel voorzorgen de apostel ook neemt om de gemeente bij de zaak te betrekken, aan den anderen kant handhaaft hij evenzeer het ware karakter der collecte. Zij is zijn óiaxovia en zij is tcqó$ zriv uvzov zov xvqiov dofaj' xai jiQoS-viiiav rjfitbv. Wij verbinden deze woorden met diaxovovfiévfl, daar staan ze het dichtst bij en daarbij passen zij uitnemend 1). Doel van de collecte zijn, als

x) Windisch e. a. verbinden de woorden met xEl6°*°vr)&elg, omdat het verband handelt over de controle op de collecte. Maar deze controle wordt niet door de kerken, doch door Paulus noodzakelijk geacht. En het algemeen karakter der woorden maakt waarschijnlijk, dat ze op de geheele zaak der collecte zien. Bachmann neemt de uitdrukking bij axEXi.0fA.evoL. Ook daarvoor zijn de woorden te algemeen. Ook de