Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beteren. Heeft men bepaald bezwaar om het participium imperativusbeteekenis te geven, dan moet men aannemen, dat een hoofdwerkwoord verzwegen is, b.v. ozfixe, Ef. 6 : 14 of èÓQaioi yiveoO-e, 1 Kor. 15 : 58. "Evósi^iv èvóeixvv/uevoi is bijna tautologie, toont betooning van liefde. De volle uitdrukking is samenvattend: er was jtQoO-vfiia, thans moet iets aan den dag treden. Maar wat aan den dag treedt, is bewijs van hun liefde. Ook de liefde is aanwezig, de liefde tot de broeders, zij is met de ?tQo&vfiia gegeven. Doch waarachtige broederliefde moet zich uiten, d. w. z. zij behoort zich te uiten en zij is geen liefde, indien zij zich niet uit. Het verband leert, dat ii/uatv met xavxrjosatq moet worden verbonden. Paulus plaatst, als meer, de pronomina naast elkander en laat daardoor duidelijk uitkomen, dat niet slechts iets, dat bij de Korinthiers leeft, in geding is, maar ook iets, dat bij Paulus leeft. Als de Korinthiërs nu niet gaan collecteeren, kan Paulus niet meer over hen roemen, God prijzen. Zie bij 5 : 12. Hij heeft over de irQoS-v/uia geroemd, 9 : 2, maar als er geen daden komen, kan dat roemen niet doorgaan. Nu is de uitdrukking zeker merkwaardig, want de Korinthiërs toonen ongetwijfeld op heel andere wijze hun eigen liefde als het roemen van Paulus. De uitdrukking is feitelijk elliptisch. Voluit zou Paulus hebben kunnen schrijven: Toont uw liefde, dan toont gij daarmede, dat ik terecht over u geroemd heb en kan blijven roemen. 'TjctQ, over, maar tevens ten voordeele van. Eiq ccvvovg zal zien op de broeders, die Paulus zendt, Titus daaronder begrepen. Tegenover die mannen had Paulus de Korinthiërs geroemd, vgl. 7 : 14 1), de Korinthiërs moeten hun nu betoonen, dat Paulus terecht roemde, doordat zij die mannen ruim van geld voorzien. Er staat nog een tweede uitdrukking met tig bij èvósixvvfievoi, maar die draagt een ander karakter. De broeders moeten de liefde der Korinthiërs merken, uit wat zij ontvangen. Maar de zaak moet publiek worden, de kerken moeten het weten, waarbij in concreto allereerst aan de Macedonische kerken zal zijn gedacht, 9 : 2. Niet alleen, omdat Paulus tegenover hen geroemd heeft en die roem bewaarheid moet worden, maar omdat de collecte een publieke zaak is. Zij is een deel van Paulus' apostolische taak, zij waarborgt de eenheid van Joden- en heidenchristenen, de eene kerk moet de andere aansporen.

16—24. Op eenvoudige wijze geeft Paulus aan, hoe de collecte moet worden gehouden. Hij zorgt voor goede orde en controle. Hij stelt in het licht, dat de collecte zijn zaak, maar evenzeer die der gemeenten is.

*) Elg avrovs wordt ook wel met ev8ti.xvvfA.evoi verbonden. Het is waar, dat xavxaofiai veelal den dativus bij zich heeft, 7 : 141 9 : 2. Maar Gal. 6 : 4 xovxw eis- Nu eis jiQÓoconov reeds bij êvSeiHVVfievoi staat, is het beter els avrovs bij xavxvaec°S te nemen.

Sluiten