Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geveer heel het tegenwoordige Griekenland moet worden verstaan, de Zuidelijke Balkan, naast den Noordelijken, die de provincie Macedonië vormde. Achaje is dus veel meer dan Korinthe. Maar voorzoover wij weten, waren er in Achaje vrijwel geen andere kerken, dan te Korinthe. Zie bij i : i, waar ook geheel Achaje is genoemd. Vermoedelijk bedoelt Paulus op onze plaats dan ook wel Korinthe en de enkele andere kerken, die er misschien in Achaje waren en voorts de verstrooide Christenen, die, voorzoover dat kon, met Korinthe samen zullen hebben geleefd, en zegt de apostel Achaje, omdat hij een tegenstelling wil maken met de gezamenlijke kerken van Macedonië. De volgende woorden leeren waarschijnlijk, dat de collecte te Korinthe eerder voorbereid was dan in Macedonië, in dat opzicht was het Zuiden het Noorden vooruit. Het perfectum Tiageoxevaozai spreekt van iets, dat in orde kwam en in orde bleef. En aitó xégvai, zie 8 : 10, stelt die bereidheid als één a twee jaar eerder aanwezig zijnde. Wij hoorden, dat Paulus reeds, eer hij i Kor. schreef, met de Korinthiërs over de collecte handelde en dat Titus er mee was begonnen, 8 : 6. Wellicht, dat Paulus de arme Macedonische kerken pas op de derde reis over de collecte sprak. Trouwens, op de tweede bleef hij slechts kort in Macedonië en had hij in enkele kerken vervolging te doorstaan, zoodat er van spreken over de collecte niet veel kan zijn gekomen. Zoo zal er te Korinthe al wat gereed zijn geweest, eer Macedonië begon. Paulus noemt voorts de 7iQo9-v,uia der Korinthiërs zelfs ïr/y.oc;, vurigen ijver, die anderen prikkelde, aanvuurde (iiQé&uJsv), wanneer Paulus er van sprak1). Oi nXeioveq, de meerderheid, niet allen. Of omdat enkele kerken c.q. enkele personen van zichzelf al iets deden, eer Paulus over Korinthe sprak, öf omdat toch sommigen in gebreke bleven. Het eerste is het meest waarschijnlijk, gezien de lof, dien Paulus Macedonië heeft toegezwaaid2). Zoo krijgen we deze voorstelling: toen Paulus in Macedonië over de collecte sprak, roemde hij daarbij ook den toen reeds bestaanden ijver

x) Schlatter meent, dat de Korinthiërs beloofd hadden veel te zullen geven en dat Paulus, eer hij van Titus het tegendeel hoorde, meende, dat de Korinthiërs bezig waren hun belofte te vervullen en dat hij met dien vermeenden der Korinthiërs de Macedoniërs had

opgewekt om ook veel te geven. Dat is niet onmogelijk, al doet het begin van cap. 8 eerder denken, dat de Macedoniërs het vele vrijwillig hadden gedaan (av&aiQczoi, 8:3).

2) Bachmann onderstelt, dat zovg jtXeiovag niet moet worden genomen van de Macedonische kerken, maar van menschen, die in onderscheiding van hen, die reeds gaven, in casu de Macedoniërs, zich door het voorbeeld der Korinthiërs hadden laten aanvuren en dat deze groep de talrijkste was. Geheel onmogelijk is dit gevoelen niet, maar het verband spreekt alleen van Macedonië en Achaje.

Sluiten