Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

èfioi Maxeóóve:, b. uit het ontbreken van het lidwoord vóór Maxeóóvei; en c. uit evQMOiv. Paulus wil in het belang der Korinthiërs voorkomen, dat Macedoniërs, die Paulus' roemen hebben gehoord, zouden moeten verklaren: men heeft nog niets gedaan. ''AitaQaoxevaazovg, in den zin, waarin vs 3 naQeoxevaCfièvoi gebruikte, er moest geld klaar liggen. Fijn zegt Paulus xazaioxvv&öj/iev ijfitiq, ïva firj Xéyotfiev v/uslc. Paulus neemt het eerst op zich. Immers dit xaTai<J%vv*>(huav spreekt van een beschaamd staan op grond van eigen verkeerdheid. Paulus had geroemd in Macedonië. Bleek het aan de Macedoniërs, dat dit ten onrechte was geschied, dan stond Paulus beschaamd. Toch is dit uit den aard der zaak het ergste niet. Het is niet zoo heel verschrikkelijk, als men blijkt ten onrechte goed van iemand te hebben gesproken. Veel erger zou het zijn, als bleek, dat men te Korinthe niets had gedaan. Ook hier komt aan den dag, dat Paulus in dit caput meer gemoedelijk optreedt. Hij zegt ïva ftij Aéyoi/isv v/uslq, om nu maar niet te zeggen gij. Dat kon de apostel zeggen, dat moest hij eigenlijk zeggen, hij zegt het met aarzeling om de Korinthiërs niet te grieven en hen toch hun laksheid te doen gevoelen, of liever om hun te zeggen, wat zij konden, wat zij vooral moesten voorkomen. Ten slotte zegt Paulus, waarin noch hij, noch de Macedoniërs beschaamd moeten worden, iv zy vjioczaoei zavz-y. 'XnóozaGiq is een moeilijk te vertalen woord, omdat het niet slechts in de latere theologie, maar reeds binnen het Nieuwe Testament, ja in het gewone Grieksch een heele geschiedenis heeft doorgemaakt. Wij kunnen daar hier niet in den breede op ingaan. En dat is ook niet noodig, omdat van oude tijden af v>jtó<sxaai$ 2 Kor. 9 : 4 door vertrouwen wordt vertaald 1). Dit vertrouwen is het vertrouwen, de zekerheid, waarvan Paulus in het verband sprak, dus dat hij niet te vergeefs over de Korinthiërs bij de Macedoniërs had geroemd. Daaruit blijkt voorts, dat ïva — vfieiq in paretithesi staat. Niet de Korinthiërs, maar Paulus vertrouwde. Vervalt Paulus' roem, dan mist hij zijn ondergrond, waarop hij zich in heel zijn handelen in dit opzicht heeft geplaatst.

5. Vs 5 licht, steeds uit het genoemde gezichtspunt, de zending der broeders nader toe. Opdat Paulus niet voor de Macedoniërs beschaamd zou staan en dezen aldus minder gunstig over de Korinthiërs zouden oordeelen, heeft hij den

x) Men zie de woordenboeken van Bauer, Cremer-Kögel, Moulton en Milligan. Zie voorts Komm. Hebr. op 1 : 3; 3 : 14; 11 : 1 en de daar aangehaalde litteratuur. Windisch geeft een breed betoog over vnóaraaig. Hij zou het wel willen verklaren naar fiégog, vs 3, en vertalen, punt, opzicht, maar moet toegeven, dat deze beteekenis niet voldoende bewezen kan worden.

Sluiten