is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AvtaQxeici, heeft in het Nieuwe Testament de beteekenis van de geschiktheid om met de uiterlijke omstandigheden tevreden te kunnen zijn en te kunnen ontberen. Maar dit dan gezien als deel van de svoé^sicc, i Tim. 6 : 6. Omdat God kracht geeft, kan de geloovige alles en kan hij alles ontberen, Fil. 4 : ii—13. In ons verband is de avtaqxsia bepaald de deugd, dat God zooveel geeft, dat men zelf genoeg heeft en ook nog voor den broeder zorgen kanx). Het participium tyovriz vormt met -tSQiaasvtjTs één gedachte. Wij gaan daarom niet over de schreef, wanneer wij reeds het è'xeiv brengen tot de ya<jiq, die God machtig is te geven en ook inderdaad geeft. God geeft onder alle omstandigheden (sv 7iavxi), altijd (jtavzoTs), volle (itaOav) avvagxeia. Er is, hoe het ook gaat, altijd genoeg voor den geloovige zelf en nog zooveel, dat hij helpen kan. En juist daarom is het doel van Gods óvvavely een overvloedig zijn tot alle goed werk. Gods macht werkt zoo, dat de geloovige altijd rijke barmhartigheid toont. Zeer zeker is 7tciv tQyov aya&óv 2) weer een zeer ruime uitdrukking, die spreekt van alle zedelijk goede daden. En er is ook geen reden om dit te beperken. Maar het wordt hier toegepast op de collecte, die daarmee tot iets hoogers wordt gebracht en als zedelijk goede daad wordt gekwalificeerd. Wij raken hier den diepsten grond van de geheele collectezaak. Reeds 8 : 5 werd het 9-éi.rifia fbsov den wortel genoemd van de goede houding bij de inzameling. Hier beweegt Paulus zich in dezelfde banen. Wij komen ten slotte bij de werkende macht Gods. Inzamelen is een deel van Zijn x<xqi<$. Hij schenkt die onder alle omstandigheden. Nu moet men niet vragen, hoe is het dan mogelijk, dat de Korinthiërs, die toch kinderen Gods waren, traag waren op het stuk van hun belofte, als God het toch geeft. Er zijn hier twee zijden, die wij niet naar elkander kunnen brengen. God eischt en God doet het. Maar voor het geestelijk leven, en dat is de hoofdzaak, bestaat er geen moeilijkheid. De Heere

1) Zie b.v. Kittel, Wörterbuch, s.v. Avzdoxeia is dus niet, als in de wijsbegeerte, het in en met zichzelf tevreden zijn, maar het voldoende ontvangen hebben. Vgl. voorts de noot bij \\ indisch. Bachmann oordeelt, dat wij de objectieve beteekenis moeten aanvaarden, (Genugsamkeit), 1. omdat Jtav etc. in die richting wijst, 2. omdat subjectieve tevredenheid nog niet per se tot goede werken leidt. We merken op, dat avragxeiav i'x°vTes juist dient om de subjectieve tevredenheid te vermelden, omdat men genoeg ont\ing, als gevolg van ontvangen x<*6lS- Het objectieve ligt in uitgesproken, avragxEia noemt den daaraan beantwoordenden subjectieven toestand en stemming. En het is niet de overvloed op zichzelf, maar wel de goede stemming, de tevredenheid als gevolg van de gave Gods, die tot goede werken leidt. Dan is men tot elk goed werk in staat, waartoe men geroepen wordt (Schlatter). Men zie ook het gebruik van avTtxgxris Fil. 4:11.

2) Misschien staande uitdrukking, vgl. 2 Tim. 3 : 17.