Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leg, dat tot het vormen van een overtuiging heeft geleid. Soms wordt Xoyi^o/iai passief genomen, maar dat verdient geen aanbeveling, omdat het volgende J.oytCofii-vovq ook mediaal is te verstaan en omdat het verband juist spreekt van Paulus' niet krasse optreden. De apostel zegt van zichzelf, dat hij oordeelt te wagen tegen sommige menschen. Tokfiüi is niet geheel hetzelfde als S-uqqój. In het laatste woord ligt meer de zekerheid te zullen slagen, is het eerste meer de vermetelheid van het probeeren. OaQQeiv kan zonder meer absoluut worden gebruikt en spreekt van steeds aanwezigen moed, bij xoXfiav verwacht men te hooren, wat iemand waagt, zie echter n : ai. In zooverre zegt xokfiiioai hier meer. Paulus durft het op te nemen tegen die menschen. Juist naast is xoXfir^oai

op zijn plaats. Het is, alsof Paulus zeggen wil, ik reken er op, dat het moet, kome wat er van kome. Deze uitdrukking sluit in, dat Paulus optreden zal, al zegt hij dat niet, zie bl. 342, noot 4. Dat Paulus van rivéq spreekt, bewijst dat hij niet aan een groot aantal denkt. En dat is volkomen begrijpelijk, wanneer de apostel het oog heeft op enkele van elders gekomen dwaalleeraars. Waar die menschen vandaan kwamen, wie zij waren, wat zij leerden of deden, zegt Paulus niet, dat alles was te Korinthe voldoende bekend. Het zijn menschen, die koyi^ovxai, zij gaan met overleg te werk, rekenen even goed als Paulus zelf. En zij zijn ten aanzien van Paulus en zijn medewerkers (i]/iaq) tot de slotsom gekomen: xaxa oaQxa TifQiTtaTovöiv, vgl. i : 17* Dit is nu een woord, dat niet als dat van vs 1 (ook) in de gemeente werd gehoord, maar bepaald een uitspraak der tegenstanders (Windisch). Wij mogen op grond van Rom. 8 : 4 xaxa or'cQxa jtSQJtiicaxsiv wel als een staande uitdrukking beschouwen ter aanduiding van hen, die zich tot Christus niet hebben bekeerd 1). ZaQï is hier het zondige vleesch, dat staat tegenover jtvsv/ua. Wie naar het vleesch wandelt, leeft in de zonde, dient haar, want xö (pQÓvjjficc xijs oaQxb§ &avaxo$. Nu zijn er menschen, die van Paulus oordeelden, dat hij de zonde diende. Waarom zij dat meenden, zegt Paulus weer niet, later blijkt het wel. Zij verstonden er niet onder, dat Paulus in ontucht wandelt of iets dergelijks, een beschuldiging, die al te dwaas zou zijn, maar dat zijn bedoelingen niet zuiver zijn. Men kan met Bachmann ook denken aan vrees voor menschen. Vgl. ook Lietzmann. Zoover als de tegenstanders zijn de Korinthiërs zeker niet gegaan, deze be-

1) De uitdrukking aaza oagxa jieQuzateïv is zuiver Paulinisch. Dat wil niet zeggen, dat Paulus de beschuldiging van de Judaïsten in zijn eigen woorden weergeeft. 'Sis wijst in andere richting. De Judaïsten waren zeer goed op de hoogte van Paulus' prediking en gebruiken des apostels eigen woorden om hem te smaden. Anders Bachmann.

Sluiten