is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ambtelijke positie wijst. Er ligt in de woorden niet meer, maar dan ook juist, dat een aantal menschen steunende op zichzelf zich het eigendom van Christus noemen. Zij gebruiken dus wel de goede woorden, spreken van het goede ideaal, maar zij laten het van Christus zijn rusten op ten eenenmale onvoldoenden grond. Deze menschen moeten dat hebben laten uitkomen, anders kon Paulus het niet weten. Zelfs klinkt in de wijze, waarop Paulus over de hier bedoelden spreekt, terstond iets ironisch en zeker iets afkeurends door. Wat dit voor menschen zijn geweest, is hier nog moeilijk te zeggen. Paulus is, gelijk meer, in het begin van zijn betoog kalm en voorzichtig, zelfs min of meer vaag. Het vervolg wijst naar Judaïstische leeraren of naar menschen in de gemeente, die onder hun invloed waren gekomen. Wij kunnen daarom denken aan een roemen op werken der wet, op afstamming uit het bondsvolk, vgl. ii : 22, en een daarbij Christen willen zijn. Is dit vermoeden juist, dan spraken de Judaïsten en eventueel hun aanhangers uit, dat zij van Christus waren, maar steunden zij daarbij op vermeende Joodsche voorrechten. Wij hebben boven gezien, dat eï nq wijst op menschen buiten de gemeente, die in de gemeente invloed hadden. Dat hooren wij ook in koyigttfö-ct», dat niet een direct gebod aan de Korinthiërs geeft, maar zegt, wat anderen moesten doen en wat de Korinthiërs hun, als zij met hen in aanraking kwamen, konden voorhouden. 'E<f' èavzov, bij zichzelf, correleert met èavrtb. In dat zelfde zelf, waarin het booze zelfvertrouwen leeft, moet maar eens worden overwogen. AoycCo/uai spreekt altijd van een nagaan, een rekenen, een overwegen van het vóór en het tegen 1). Blijkens n&Xiv hadden de bewuste personen dat ook gedaan, eer zij tot de slotsom kwamen, dat zij van Christus waren. Nu moeten zij dat overwegen voortzetten of liever opnieuw gaan doen. De zin met öxi geeft niet aan de slotsom, waartoe het overwegen leiden moet, maar een gedachte, die zij bij het overwegen in het oog moeten houden, wil men een regel of richtsnoer, waardoor zij zich moeten laten leiden. Dat dit zoo is, volgt uit den inhoud van den zin met öxi, die immers een meening van Paulus aangeeft, waarmede de apostel wil, dat de anderen rekening zullen houden. Wij hebben boven gezegd, dat uit xéjioiibev èavvqj niet volgt, dat de bedoelde menschen zichzelf alleen voor Christenen hielden. Dat is ook niet uit den zin met 'óxi af te leiden, juist omdat deze niet het resultaat van het J.oyï£eo&cii aangeeft. In éavzib nejtoi&évai hooren wij wel het alleen met zichzelf rekenen. Paulus vraagt, rekent niet alleen met uzelf, ook met mij; niet: ook met anderen, maar ook met ons, vgl. vs 12. Uit xa&dtg ccvtóg volgt, dat Paulus aan de bestredenen het Christen zijn niet ontzegt.

*) Zie b.v. Cremer-Kögel, s. v.