is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11. Ook vs 11 is weer geschreven in den algemeenen toon. Immers o xoiovxoq staat op één lijn met xiq en (ftjaiv, nog noemt Paulus geen naam. Misschien om al het persoonlijke te vermijden en zuiver zakelijk te blijven, misschien omdat Paulus de namen van menschen buiten de gemeente niet noemen wil. Behalve iets vaags, hooren we in ö toiovxos, iets verachtelijks. 'O xoiovxog is de man, die redeneert, als in vs 10 werd aangegeven en die daarmede zegt van een bepaalde hoedanigheid te zijn. Aoyi$éaO-(o, zie bij vs 7. Tovxo duidt den objectszin met öxi aan. Die objectszin verklaart, dat de hoedanigheid (otoi — xoiovxoi) van Paulus onder alle omstandigheden dezelfde is. De tegenstanders gingen uit van de brieven, die Paulus in zijn afwezigheid schreef. Zij letten op den Xóyoe, het woord, dat tf t sjtiaxoXdtv, door middel van brieven, in briefvorm te Korinthe kwam. Wij mogen aannemen, dat de Judaïsten Paulus althans te Korinthe niet hebben hooren prediken, want zij zijn na het tusschenbezoek te Korinthe gekomen. Zij maken handig gebruik van de situatie. Terwijl zij te Korinthe stoken, komt er een brief of is er in het archief een brief vol met vermaningen, maar de gemeente zelf heeft Paulus bij het tusschenbezoek ongetroost heen laten gaan en niet naar hem geluisterd. Daarin zien de Judaïsten een tweeheid. Paulus heeft met zijn woord niets of niet veel kunnen bereiken. Dat geven de Korinthiërs toe door hun eigen optreden. Welnu, dan kon ook licht worden verklaard, dat dit woord een J.óyog was zonder ï<jyov en men zou het gelooven. Paulus stelt daartegenover, dat zijn woord en werk volkomen met elkander in overeenstemming zijn. "Eqy<p, dat nog niet was genoemd, krijgt ook door zijn plaats achteraan bijzonder accent. Men vraagt daden, geen brieven, goed, Paulus is krachtig ook in de daad en zal dat, zoo mogen we de bedoeling van dit woord wel verstaan, waar noodig, ook toonen, als hij aanwezig is, 13 : 2 vlg. Het verband vraagt dan ook eerder om de aanvulling: zijn wij steeds en onder alle omstandigheden, dan zullen wij zijn, wanneer we te Korinthe komen. Hier rijzen twee vragen: 1. waarin komt het doen uit; 2. moest men dat zoo maar op gezag van Paulus gelooven? Wat de eerste vraag betreft, antwoorden wij, dat het meest krasse optreden van Paulus dit was, dat hij, de

verschijning is geweest, gelijk reeds in de oudheid is beweerd, zie Windisch, a. 1. Voor onze plaats doet deze kwestie niet zoo veel ter zake, daar de apostel hier vollen nadruk legt op de tegenstelling tusschen schrijven en spreken, die men bij hem meende op te merken. Anders gezegd, het bezwaar tegen Paulus is niet in de eerste plaats, dat hij er niet flink uitziet en niet spreken kan, maar dat hij niet durft te zeggen, wat hij schrijft. Men heeft de ware kracht van Paulus' woord niet verstaan.