Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als werkelijkheid, om daardoor weer in het licht te stellen, hoe de geestelijke toestand der Korinthiërs is. Indien zij werkelijk een anderen geest hadden ontvangen, verschillend van den Heiligen Geest, Die hun eenmaal werd geschonken, dan hadden zij daar inderdaad vrede mee genomen. Het valt op, dat er staat akXov 'Irjoovv, nvevfia ê'zsQOv, evayyéJLiov szsqov. Nu is het waar, dat en ezegoq in de koine

niet meer nauwkeurig worden onderscheiden, § 218, 1. Toch is hier de afwisseling te zeer in het oogloopend om alleen aan variatie ter wille van den stijl te kunnen denken. Wij verklaren het verschil het best, door onder aXXoq 'IrjOovt; te verstaan, een Jezus, Die wel dezelfde is, als Dien Paulus predikt, maar aan Wien men een ander karakter heeft gegeven. Daarentegen is dan èzsqov tivsv/ta, é'zsqov svayyéXiov, een tweede naast het bestaande 1). Een verder verschil is, dat bij aXloq l/joovg het werkwoord xtiqvzzsiv wordt gebruikt. Blijvende in de lijn, die wij ter verklaring van den realis en van ciXXoc, begonnen te trekken, kunnen wij zeggen, bij de Judaïsten was wel iets van de prediking van een andersoortigen Jezus aanwezig. Daarentegen staat bij nvevfia het werkwoord i.afi^uveiv en bij evayyéXiov het werkwoord óéxeo&ai, hier blijft het bepaald tot wat de Korinthiërs eventueel zouden doen en we kunnen daaruit geen slotsom trekken voor het werk der Judaïsten. Aaftpdveiv is het woord, dat meermalen dienst doet om het ontvangen van den Heiligen Geest aan te duiden 2), de ontvanger is daarbij passief, Hand. 2 : 38; Rom. 8 : 15; 1 Kor. 2 : 12 etc., in óiyvsa9-ai ligt het bewuste aanvaarden, vgl. Komm. op 1 Kor. 2 : 14. Gelijk Paulus geen anderen geest kent, kent hij ook geen tweede evangelie, geen andere blijde boodschap, dan die hij zelf verkondigde, Gal. x : 7 (hier iiXXo, een dat een ander karakter draagt). Wanneer wij nu echter de vraag stellen, hebben de Judaïsten dan toch niet ook te Korinthe inderdaad een ander evangelie gepredikt, dan is op die vraag het antwoord niet zoo gemakkelijk te geven. Waarschijnlijk moet zij ontkennend worden beantwoord, want: 1. moet toch in de eerste plaats de grammatische vorm het karakter van den zin bepalen en

Windisch wijst op aXXov jiagaxlr^xov, Joh. 14 : 16; éVepov vófi-ov, Rom. 7 : 23 etc. Zie verder de Addenda.

2) Het is eigenaardig, dat Paulus meer dan eens uitgaat van het voor hem en de gemeente vaststaande feit, dat de gemeente den Heiligen Geest heeft ontvangen. Wij zouden dat thans niet tot uitgangspunt van een redeneering durven maken. Het is mogelijk, dat het komen der charismata er toe bijdroeg om de gemeente op dit punt zeker te doen zijn. In ieder geval is er de zekerheid. Paulus kan verwachten, dat de Korinthiërs als één man zouden zeggen, we hebben slechts den eenigen waren, den Heiligen Geest ontvangen. Zie op 1 : 22 en 5 : 5.

Sluiten