Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. Nog duidelijker komt dat roemen aan den dag, in wat nu volgen gaat, omdat de apostel thans niet bepaald spreekt van de prediking van het evangelie, het eigenlijke apostolische werk, doch van de bijkomende dingen, die op zichzelf ook anders konden zijn. Ook het vraagwoord ri, waarin ligt, is de toestand soms anders geweest, dan mijn beschrijving onderstelt, laat zien, dat het onderwerp wat anders wordt*)• Bachmann kan gelijk hebben, met zijn bewering, dat tj ons van het algemeene (tv navtl tv naöiv) naar het bijzondere brengt. Wanneer Paulus nu vraagt, ij a/iaQriav ixoii\aa, volgt daar niet dadelijk uit, dat men Paulus beschuldigd had door dit bepaalde optreden te zondigen. Wel weten wij twee dingen, i. dat men het ten slotte aan de Judaïsten, die geld vroegen, toegaf, dat Paulus dwaas deed door geen geld te nemen, vs 20, en 2. dat er waren, die Paulus beschuldigden weliswaar openlijk niets aan te nemen, maar ondertusschen zich toch te bevoordeelen, 12 : 16. Men heeft dus niet gezegd, dat Paulus zonde deed met om niet te arbeiden, maar men heeft het 6f ontkend öf onredelijk gevonden, 12 : 13. Nu Paulus op dit punt komt, begint hij met te handhaven, dat hij waarlijk niet arbeidde om loon, maar dat hij zich gaarne en geheel ten dienste stelde der gemeente. Reeds 1 Kor. 9 heeft Paulus in den breede uiteengezet, hoeveel er hem aan gelegen was, geen loon voor zijn werk te ontvangen 2). De Korinthiërs wisten dat en hadden zich toch door de Judaïsten laten bepraten en zij waren een verkeerd, een onwaardig oordeel over den apostel gaan vellen. Juist daarom moet Paulus, eer hij nader op deze dingen ingaat, zijn standpunt handhaven, verklaren, dat hij er nog juist over denkt als voorheen, maar vraagt hij ook, of zijn standpunt altemet verkeerd was. Dat hadden de Korinthiërs feitelijk uitgesproken door hun optreden. Maar als Paulus hun thans de zaak nog weer eens voorstelt en uiteenzet, wat er is geschied, dan zullen zij toch moeten verklaren, Paulus handelde goed, ja beter dan de Judaïsten. 'II afiagziav èitoiriöa is dus een rhetorische vraag, en afiagzia is niet te nemen in den vollen zin van zonde tegen God, maar als verkeerd, onverstandig handelen en in zooverre, als het er op aankomt,

*) Windisch meent juist andersom, dat de vraag onderstelt, dat een verklaring van Paulus' onschuld vooraf is gegaan en dat dus voor 't minst een overgangsgedachte is uitgevallen. Het lijkt ons beter in rj de behandeling te zien aangekondigd van een nieuw, van het vorige verschillend onderwerp.

2) Windisch uit het vermoeden, dat 1 Kor. 9 de Korinthiërs geprikkeld heeft tot verzet. Dat is mogelijk. Maar als Windisch oordeelt, dat we vs 7—11 niets van de tegenstanders hooren en dat dus de gemeente niet door menschen van buiten tot haar meening behoeft te zijn gebracht, achten we dat onjuist, om het nauwe verband, waarin vs 12 vlg. met het voorafgaande staat.

Sluiten