Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de waarheid aanwezig is. Twijfel mag niet rijzen. 'Alr/9-eia, de formeele waarheid; straks, in den zin met övi, vinden wij de materie, waarvan de apostel met zooveel kracht verklaart, dat zij waar is. 'AXrj&eia Xqiötov, de waarheid, die voor Christus kan bestaan. Xgioróq spreekt van het ambtelijke en Paulus wil zeggen, dat hij zich als geroepen apostel, tegenover Christus, den grooten Ambtsdrager, Die hem zond, verplicht weet te handelen, als hij doet. Christus houdt dat handelen in stand. Daarom ligt in aXr/S-sia ook het element van trouw, het blijft zoo. Omdat Christus Zijn werk door Paulus doet, kon de apostel na èvr/Qtjaa schrijven xul TtiQtjaat. Nu vraagt men, waarom heeft Paulus hier weer zulk een krasse verklaring, waarom is hij met een enkel xavx&o&ai niet tevreden. Geantwoord moet, dat het gansche werk van Paulus op het spel staat. Reeds uit i Kor. 9 blijkt, hoezeer het er om de prediking te Korinthe te doen slagen op aankwam, dat ieder wist, dat Paulus niet zichzelf zocht, maar bereid was alles te offeren, bereid was ten bate der gemeente geen gebruik te maken van zijn é^ovata. Thans is men in Korinthe bezig het gezag van Paulus te ondermijnen. Eén van de dingen, waardoor men het doet, was, dat men leugenachtige voorstellingen gaf van Paulus' optreden in financieele zaken. Staat het daarmede in verband, dat Korinthe een handelsstad was, waar de waard zijn gasten niet vertrouwde, omdat hij zelf onbetrouwbaar was? Hoe het zij, de Judaïsten hebben op de liefde voor het geld bij de Korinthiërs gespeculeerd en zij dreigen er in te slagen, daardoor weer de gemeente los te maken van den apostel. Daartegen moet Paulus optreden met groote kracht. Want geeft men den apostel van Jezus Christus prijs, dan ook het evangelie. Het zendingswerk staat op het spel! ' H xax>xnoi<i avtij, dit roemen, n.1. over het geen levensonderhoud vragen. Kavy^öiq nadert tot de beteekenis van xaiy/7\iia, gelijk meer. Kavyrj/ia ook 1 Kor. 9 : 15, 16. Wij hebben door 2 Kor. het karakter van het xavyaoO-ai nog beter leeren verstaan. Het is spreken tot eer van God, over wat God door Zijn dienstknechten op aarde doet, vgl. bij 5 : 12. Wij zien ook de plaats van het roemen in het werk van Paulus. De apostel verricht zijn taak niet noodgedwongen, in zoover hij er God mee verheerlijkt, maar wel in zooverre de tegenstanders hem dwingen God te verheerlijken, door op te noemen, wat hij zelf in dienst van Christus heeft mogen doen. Nu komt in ons vers xavxyois voor in een zeer bijzonderen zin. Eis èfit kan niet bij ov <p(>ayrjOszai behooren. Deze woorden beteekenen zal niet omheind worden, dat is: zal niet beperkt, belemmerd worden. Dat kan moeilijk aan Paulus zelf geschieden, omdat daarvoor geen gevaar bestaat. Paulus blijft roemen. Daarom zullen wij tiq i/ié moeten verbinden met xav/jt<jiq. Eiq èfié zegt, dat het roemen aan Paulus niet belemmerd zal

Sluiten