Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paulus dit woord hier gebruikt, immers er volgt vjisq êydj, ii : 5! 12 : ii. Paulus is tot nu toe niet verder gegaan, dan zich gelijk stellen met de Judaïsten, zie bij vs 12. De vermaning van Fil. 2 : 3 heeft hij zelfs ten aanzien van zijn tegenstanders in het oog gehouden. Maar thans eischt het betoog een vititt èyd>, waarin vjisq bijwoord is, ik ben het meer. Paulus plaatst zich immers op het standpunt der Judaïsten, wier standpunt hij als in het voorbijgaan tevens veroordeelt, vgl. 11 : 17 vlg. Het is ook te begrijpen, dat Paulus deze verklaring geeft bij óiaxovoi Xqiotov. Want behalve dat het vervolg nader uiteenzet, dat Paulus als dienstknecht van Christus de Judaïsten overtreft, kan reeds ten aanzien van het dienen van Christus op zichzelf, dus zonder af te dalen tot de bijzonderheden, waardoor Paulus' dienst zich kenmerkte, gezegd worden, dat de Judaïsten eigenwijs waren, Christus dienden, zooals zij het meenden te moeten doen en het daarom inderdaad niet deden, vs 13, terwijl Paulus zich aan den KvQioq volkomen onderwierp 1). Juist daarom kan Paulus de tegenstanders niet als norm blijven beschouwen (Windisch). Hij gaat uiteenzetten, waarin hij zijn bestrijders overtreft. Kóxoi; duidt zzvaren arbeid aan, gelijk Paulus dien heeft moeten verrichten op zijn moeilijke reizen en bij het werken voor zijn brood. llfQiaaoTt(f(u<; spreekt van een grootere hoeveelheid. De tegenstanders hebben zich ook ingespannen, ook zij hebben gereisd. Maar Paulus kan zonder tegenspraak te hoeven vreezen van zijn arbeid zeggen, iteQtooovéQatq 2). De apostel

daïsten beschouwt. Hoe hij zelf staat, leert 1 Kor. 15 : 10, ovu éycb aAAa f) ydoig xov ïïtoïï avv éuot. Bachmann past het iraga(pgovcöv toe op het feit, dat Paulus zoo waanzinnig is zich op het stuk van het dienen van Christus te vergelijken met menschen, die hij Satansdienaars acht. Dat staat er echter niet. Paulus schrijft jiagaqpgovöiv Xéyco en het object daarvan is het vjtèg èya>. Dit zegt hij JTagacpQovöiv. Deze opmerking geldt ook tegenover Plummer, die Jiagatpgovwv op meer dan één wijze verklaarbaar acht, doch er niet mede rekent, dat de analogie eischt ook in dezen zin achter eiaiv een vraagteeken te plaatsen en nagatpgovóöv bij het volgende te nemen.

') Heinrici: Bij de verhouding tot Christus zegt Paulus niet meer xaycó, doch vnig êycó. Plummer wijst terecht de verklaring: ik ben meer dan een dienstknecht van Christus, af. Dat is in strijd met alles, wat we bij Paulus lezen; ook al spreekt hij Jiaga<pgovóöv, hij spreekt steeds de waarheid.

2) Windisch maakt opmerkzaam op het feit, dat Paulus niet spreekt van de vrucht van zijn arbeid, maar van de moeite bij het werk. Het komt ons voor, dat dit niet is, als Windisch wil, omdat Paulus gewoon was van zijn moeiten te spreken en omdat hij van plan is te roemen in de zwakheden, in het lijden, dat een dienstknecht van Christus heeft te dragen, doch omdat Paulus moeilijk in de vruchten van zijn werk kan roemen, nu die hem dreigden te ontgaan, 3 : 2, 3; in ander

Sluiten