Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rakende, stellen wij toch de vraag: is Paulus' gebed van vs 8 nu verhoord. Wij antwoorden daarop: ongetwijfeld! Paulus heeft driemaal een periode van gebedsworsteling doorgemaakt en de Heere heeft hem meer gegeven, dan hij vroeg. Hij bad om het ophouden van het werk van den engel des Satans. God gaf hem te verstaan, dat dit werk noodig was, opdat de apostel zich niet zou verheffen; God schonk, dat het zendingswerk vorderde en dat al de eer daarvan aan den Heere kwam. Bovenal, dit is de verhooring, dat God den apostel duidelijk antwoordt en wijst op Zijn genade. Niet Paulus mag bepalen, hoe hij zijn ambt vervullen zal, dat zal de Heere doen. Hier komt ook het verschil uit tusschen Paulus en de tegenstanders. De Judaïsten roemen in eigen kracht, Paulus in de kracht Gods. Wij merken nog op, dat Paulus i Kor. 15 : 9 vlg. roemt in de genade Gods. De strijd, op onze plaats beschreven, was toen blijkbaar uitgestreden, zoodat Paulus thans over het verleden schrijft.

De versindeeling is hier weer geheel onjuist. Midden in vs 9 begint de slotsom van dit gedeelte, aanvangende met ijdcoza ovv. Deze woorden moeten liever niet met xavxhaofiai verbonden worden, dat reeds naXXov bij zich heeft, doch absoluut worden genomen. Paulus geeft er door aan, wat hij op grond van het geschrevene het liefst of zeer gaarne doet. Daar de apostel eerst schreef over xavyao'&ai van Judaïstisch standpunt, waarvan hij zeide ov avfi<ptQov, daarna over het ware roemen in zwakheden, is het volkomen begrijpelijk, dat de slotsom het roemen in zwakheden naar voren brengt. Het liefste, wat Paulus doet, is nog meer roemen in de zwakheden. Daarmede neemt Paulus het juiste standpunt in. Principieel stelt hij zich tegenover de Judaïsten. Hij gaat verder op den weg, dien hij eenmaal is ingeslagen, verandert niet van methode en behoeft niet te veranderen. Hij spreekt zelfs van fiakXov; wat hij nu heeft ondervonden, heeft hem gesterkt in zijn meening. Hier is het ware roemen tot eer van God en tot heil der gemeente. En de zwakheden zijn de bekende, waarover Paulus in den breede heeft gesproken. Nu zal de apostel roemen met een bepaald doel, ïva èmi<jxt]va>Ori. 'Emoxrivovv, woning nemen. De kracht van Christus moet in Paulus woning nemen, daarom roemt hij in zwakheden, dat wil zeggen, eerst als Paulus zijn eer stelt in zwakheden en deswegen den Heere prijst, kan de kracht van Christus in hem komen en door hem werken; want werken moet zij, omdat zij tfvva/uiq is. En als zoo Christus door Paulus werkt, geschieden er groote dingen. Dit is van te meer beteekenis, omdat è7iiöxrivovv tni spreekt van een gaan inwonen, waarvan het gevolg is, dat de kracht van Christus in Paulus blijft. Ook ten aanzien van de dvvccfii$ geldt het: £ai ovxévi èyót, èv è/ioi Xqiozó$, Gal. 2 : 20.

Sluiten