is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schatten om in de nooddruft der kinderen blijvend te kunnen voorzien. Overigens handelt Paulus op de aangehaalde plaatsen over geestelijke goederen, op de onze over stoffelijke x). Voor zijn verhouding tot de gemeente maakt dat geen verschil.

15. Vs 15 is een soort slotsom. Paulus bepaalt zijn houding voor het vervolg en zegt ook, waarom hij aldus handelt. 'Eyoj. met nadruk voorop, ik van mijn kant. "Hóioxa brengt boven het ótfeikeiv uit. Paulus ziet niet alleen een vaderplicht, hij doet het van harte, zeer gaarne. Aanavrfita spreekt van Paulus' geld uitgeven in de toèkomst en zegt dus, dat de apostel zal voortgaan op den eenmaal ingeslagen weg. Heel sterk is éx<ïaxav7]&riGo/ucci, 'Exóanavav, uitgeven, totdat men niet meer heeft, zich uitkleeden. En dan in het passief. Hij zal toelaten, dat men hem van alles berooft, hij mag er bij te gronde gaan. W ij herinneren ons Calvijns ter ar dum prosim. Paulus kan dit èxöanav&o&ai ook verduren, wanneer hij het evangelie predikt en bovendien geheel en al in eigen levensonderhoud voorziet. Daarbij kan een man als Paulus ondergaan. En hij zou ondergaan, als God hem geen kracht gaf, 4 : 7 vlg.; 12 : 10. Maar het doel is dan ook de xpvxai. vyv/; is altijd moeilijk te vertalen, omdat het een woord is, waaraan een voorstelling ten grondslag ligt, die wij zoo niet hebben. Wij mogen uitgaan van de beteekenis leven, vooral, omdat xpv%ai opgenomen wordt door vfiaq. Het zijn de personen der Korinthiërs als levende wezens. We mogen ipv%cci maar niet zonder meer vertalen door zieleheil, al gaat het daar wel heen, 2 Tim. 2 : 10. De voorstelling is, dat een vader zorgt voor het leven van zijn kinderen. Daar heeft een vader alles voor over. Zoo Paulus voor de Korinthiërs. Wij zijn nog in het beeld. De overdracht van het beeld brengt ons bij het geestelijk leven. Daarheen wijzen ook de volgende woorden. Het normale is, dat ouders en kinderen elkander over en weer liefde betoonen. Dat moet van de ouders uitgaan. Welnu, Paulus is in dat opzicht niet in gebreke gebleven, maar de Korinthiërs hebben hem geen wederliefde bewezen. Ei ayaitat, realis, spreekt van een werkelijk gedachte voorwaarde. Dat die voorwaarde hier ook realiteit is, maakt de zaak te erger, vgl. 11:4.

1) Windisch merkt op, dat, indien Paulus den regel van vs 14b consequent had toegepast, hij nooit geld van de kerken had kunnen aannemen. Bovendien zou de apostel in strijd komen met 1 Kor. 9:11 vlg. Deze bezwaren zijn ongegrond. Men moet onderscheiden, wat Paulus aan de gemeente als plicht voorhoudt en wat hij zelf met het oog op een bepaalde gemeente doet. Alleen met het oog op de toestanden te Korinthe gebruikt Paulus het beeld met het 6<peüeiv. Wij kunnen het ook zoo zeggen, Paulus trekt de consequentie van zijn vader zijn en eischt geen onderhoud. 1 e minder, nu hij daarin zelf kan voorzien. Dat is het derde van vergelijking, niet dat Paulus stoffelijk of geestelijk goed voor de Korinthiërs verzamelt.