Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het luisteren naar de Judaïsten, wier invloed, ook al zijn zij zelf misschien niet meer te Korinthe, nog nawerkt. Ook dingen, die telkens in schier alle gemeenten voorkomen en daarover gaat Paulus thans spreken. Paulus doet dat in verband met zijn komst. Hij heeft er alles op gezet om ditmaal niet ér Xvjty te komen, 2 : i. De grondslag daartoe is gelegd door het werk van Titus. Doch nu moeten verder de groote en de minder groote zaken eerst zooveel mogelijk in orde zijn. Juist op dit punt is Paulus in vrees en blijft oixoóo/uy noodig. Het kon nog wel (jr<bq) zijn, dat Paulus bij zijn komst (èl&atr) de Korinthiërs zóó (oi'ovs) aantrof (evqat), als hij niet wilde. En dan zou hij zelf ook door de Korinthiërs worden gezien op een wijze, waarop zij hem niet wilden zien, vgl. i Kor. 4 : 21. De geheele briefwisseling van Paulus met de Korinthiërs leert ons, dat er in de kerk te Korinthe een zekere hoogmoedige oppervlakkigheid heerschte. Men was spoedig met zichzelf tevreden. En nu, na het vertrek van Titus, na het bevredigend verloop van diens bezoek, kon men meenen, dat Paulus met niet anders dan prijs en dank te Korinthe zou komen. De apostel waarschuwt, dat het anders kan zijn, dat het tegen kan vallen. De persoonlijke verhouding is weer goed, d. w. z. men heeft niets meer tegen den persoon van Paulus en wil weer naar hem luisteren, maar dat ontslaat Paulus niet van de plicht om te waarschuwen tegen de zonde 1). De tweede zin met /u?i jrtog, waarbij dtoiv moet worden gedacht, en die ook van (popov/ucci afhangt, is materieel en verklaart nader den eersten, die van formeelen aard was. Paulus noemt thans op, welke zonden bij de Korinthiërs werden gevonden, nog niet waren uitgebannen. De eerste, die hij noemt zijn de typisch Korinthische ongerechtigheden, de zonden, die we uit i Kor. kennen en die we nog vinden in den brief van Clemens Romanus. Eigenlijk zijn al de genoemde zonden zonden van tweedracht en ongeregeldheid. Er is geestelijke hoogmoed, die er toe leidt, dat men zich niet stoort aan het gebod Gods en ruzie maakt onder elkander 2). "Eqi§, twist doet

) Men moet niet met Windisch de voorstelling geven, dat Paulus dreigt een strafgericht te Korinthe te zullen houden. Een dergelijke voorstelling is alleen mogelijk, wanneer men cap. io—13 geheel losmaakt van 1 7 en eigenlijk zelfs dan alleen, als men ook andere plaatsen b.v. 13 : 1 vlg., op een bepaalde wijze zonder met cap 1—7 te rekenen verklaart. Handhaaft men de eenheid van den brief, dan moet men hier, wat de tekst zeer wel mogelijk maakt, een waarschuwing lezen, om zich te beteren, opdat Paulus zonder eenige smart kan komen. Tweemaal nwg spreekt van een onzekerheid en de zonden, die hier genoemd worden, zijn niet zonden, die een bepaald strafgericht vragen, slechts bestraffing. En ook die wil Paulus voorkomen. Het zijn niet zonden der gemeente als geheel maar van individuen, die daarom een ander karakter dragen, dan wat 8—12 besproken is.

) Zie breed Komm. 1 Kor., bl. 27 vlg.

Sluiten