Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden. Tb avtö ipQoveize is een vermaning, die alle Christenen telkens weer noodig hebben, want tweedracht sluipt, de ervaring leert het, licht in de kerk van Christus binnen. Wij vinden deze uitdrukking dan ook meer dan eens in de brieven van Paulus, Rom. 12 : 16; 15 : 5; Fil. 2 : 2; 4 : 2. De Korinthiërs hadden, als nog al twistgierig van aard, de vermaning bijzonder noodig. Tó avzo tpQoveixe, hebt dezelfde gezindheid, ziet meer op het innerlijke, eÏQtjvevsTs, doet meer denken aan wat naar buiten komt, aan de onderlinge verhoudingen. Met xai spreekt Paulus van een samengaan. De zegen Gods wordt niet verdiend door vrede te houden, maar hij is daar, waar vrede en liefde is, omdat die ten slotte door God zijn gegeven, Ps. 134 : 3. God heet een God van liefde en vrede. Die deugden komen God op volmaakte wijze toe, i Kor. 14 : 33. Hij is er door gekenmerkt, maar Hij geeft deze deugden ook aan de menschen, Rom. 15 : 33; Fil. 4 : 9; 1 Thess. 5 : 23. Omdat Hij ze geeft, is Hij, waar ze zijn. 'Eavai, het futurum van wat zeker zijn zal, § 265.

12. Tot de vermaningen behoort ook aOTiaoao&e èv ayiui <fikrjfiazi. Wij zullen dat wel zoo moeten opvatten, dat men, nadat de brief in de vergadering was voorgelezen, elkander een heilige kus moest geven, om daarmee uit te drukken, dat men zich samen stelde onder het woord van den apostel, hem als apostel erkende en dat men zich ook samen aan Paulus en aan elkander verbonden gevoelde. De kus is — in meer Oostelijk gelegen landen ook onder mannen — het teeken van liefde, van trouw, bijzonder bij het elkander ontmoeten of bij het afscheid. Het ayiov <piXrjfia is tot in de 13e eeuw in de samenkomsten der gemeente het teeken van de broederlijke gemeenschap geweestx). Nu Paulus vermaand heeft om vrede te houden, moet de broederkus uitdrukken, dat men dit doen zal, elkander waarlijk liefheeft. Van anderen aard is het aona^ovxai v/uaq oi ayioi Ttdvzsq. Vooreerst zullen wij deze woorden niet in absoluten zin mogen nemen, vgl. 8 : 7. Paulus kan slechts bedoelen de ayioi, dat zijn de geloovigen, de Christenen, die bij hem zijn, in concreto dus de Macedonische kerken, in wier midden Paulus vertoefde en des apostels medewerkers, voorzoover zij bij hem waren 2). In de tweede plaats heeft deze groet een andere beteekenis.

x) R. G. G., III, 2e dr., Sp. 1441. Zie voorts V. Schultze, P. R. E., 6, 3e dr., s. v. Friedenskuss, (die o.a. citeert Ambros., Hexaem., VI, 9, 68, pietatis et caritatis pignus), dan Plummer en Windisch, a. 1. met veel litteratuur. K. Martin Hofmann, Philema Hagion, Gütersloh, 1938 heb ik niet meer kunnen raadplegen.

2) Terecht zegt Plummer, dat ciyiov bij cpiXt]fjLa wel dezen kus van andere onderscheidt, maar dat ciytoi niet de ééne groep van Christenen onderscheidt van een andere, die niet ayioi zouden zijn.

Sluiten