Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paulus beveelt niet hem te brengen, doch brengt hem over en spreekt er de verbondenheid van de Macedonische Christenen met die in Korinthe door uit. Zoo komt hier de gemeenschap uitdrukkelijk naar voren, die in de collectezaak was ondersteld, 8 : i; 9 : 2. Ilavxeq staat met nadruk aan het slot, de goede verhouding is ongestoord l).

13. Onze brief heeft den meest uitvoerigen zegengroet van alle nieuwtestamentische brieven, weshalve deze groet ook algemeen in de liturgie van de Christelijke kerk is opgenomen. Waarom de groet hier zoo uitvoerig is, is niet te zeggen. Men kan wel vermoeden, dat er eenige samenhang is met vs 11 en 12, maar een dergelijk verband zou in andere brieven ook wel kunnen worden aangewezen. 'II x"(f"•> de bepaalde genade, om al de weldaden aan te geven, die Christus verwierf, vgl. Calvijn. De Middelaar wordt immers met drie namen genoemd, opdat heel Zijn werk voor den geest zal komen. Hij, de Verheerlijkte, heeft Zijn zaligmakend werk ambtelijk verricht en kan en wil daarom genade schenken. Juist daarom wordt Hij ook het eerst genoemd, Joh. 6 : 44; 14 : 6; Ef. 2 : 18. In kortere zegens wordt Hij alleen genoemd, Rom. 16 : 20 etc. 2). De liefde Gods is de bron van het werk der verlossing, zij staat achter de x^&l?> J°h- 3 : 16, 17; Gods groote liefde is, dat Hij Zijn eigen Zoon gaf om zondaars te zaligen, Rom. 5:8; en de liefde Gods is door Christus weer voor de zijnen verworven, 1 Joh. 4 : 9, 10. Koivuivia kan zijn de gemeenschap aan elkander, gelijk de Heilige Geest die schenkt aan de leden van het lichaam van Christus en gelijk die uitgedrukt wordt door het (piXij/javayiov, het kan ook zijn het samen deel hebben aan den Heiligen Geest, Die in de gemeente woont, 1 Kor. 3 : 16. Ook nvev/uaxoq is dan even als xvqiov en &eov genetivus subjectivus, aangezien het de Heilige Geest is, die de gemeenschap aan Zich werkt en in stand houdt, Joh. 14 : 16, 17. Nu sluiten de twee elkander niet uit, hooren in tegendeel bij elkander 3). Toch zal het laatste het meest op den voorgrond staan, omdat de verhouding

van de gemeente tot Christus, üya.xrj die tot den Vader bepaalt. Christus verwerft de x"Ql? en daardoor de liefde Gods,

*) Allo (bl. 330) wijst er op, dat Titus niet is genoemd en leidt daaruit af, dat Titus niet bij den apostel was, toen hij 2 Kor. schreef, vgl. ook 1:1. Maar juist als Titus den brief overbrengt, zelf komt, is er geen reden om hem in de groeten te noemen.

2) Dat Paulus eerst den gewonen korten groet neerschreef en hem daarna uitbreidde, gelijk Plummer wil, is weinig waarschijnlijk.

3) Zie E. P. Groenewald, Koivcovia (Gemeenskap) bij Paulus, Delft, 1932, bl. 124 vlg.; J. Moffatt, Grace in the N. T., Londen, 1931, bl. 151 vlg. Dat de genet, uitsluitend als genet, object, is op te vatten, is in den laatsten tijd verdedigd door M. A. Koops, Nieuw Theol. Tijdschr., 24, 3, 1935, bl. 263 vlg.

Sluiten