is toegevoegd aan uw favorieten.

De brief aan de Hebreeën en de brief van Jakobus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 3 : 12: fikêjieze, aóektfoi, jcots tOzui ëv zivi vfiiuv xaqöia tiovtiqu aTtiGziag tv ziu anoOzf/vtu ajcö 9-eov <^a>vzog. De eigenlijke zonde, waartoe de Hebreen gevaar liepen te vervallen was: ongeloof, dat zich zou openbaren in afval van den levenden God. De centrale vermaning, die aan deze waarschuwing beantwoordt, lezen we 10:22: 7iQooeQx<j>neS-a fisra aXrjOivijg xaqóiag èv xXriQO<fOQia jiiazeiog. Het valt dadelijk op, hoe tot in de woorden het tweede aansluit bij het eerste. De waarschuwing dan van 3:12 wordt in tal van andere nader omschreven. Steeds wordt gewaarschuwd tegen onstandvastigheid, die haar oorzaak vindt in ongeloof, ongehoorzaamheid en opgewekt om standvastig vast te houden aan de belijdenis. Men zie slechts 2 : 1, /uri nozt xaQaQv&fiev ; 2 : 3, a/ueXt/Oavztg acuzrjQiccg; 3 : 8 in citaat fiij GxXrjQvvt]re zag xaQÓiag; 3:13, ïva fiij Gxi.riQvvS-fi zig v/itbv aitart] zijg afiaQziag; 3: 18, zoïg aneiS-riGaGiv; 4: 1, vGztQtjxivai; 4:11, axeiS-eia ; 6: 6, izaQajitGÓvtag... avaoxavQovvzeg... TtaQaó fiy/uazi^ovzeq; 6: 11, ïva/tij vcdO-qoI ytvrjGO-s ; 6:29, xazajiaz t'jGag... xoivöv ijytjGa/itvog ; 10 : 26, èxovGicjg a/iaQzavóvzoiv tj/uójv; 10:35, /tij anofidXrjZE zijv naQQrjGiav ; 10: 39, ovx èö/itv v.roazoXijg; 12 : 15, /irj zig vgzcqüv ajió TJ?S x"(?tTOS zov O-tov xzé; Daartegenover komt dan een reeks van vermaningen om tot God te naderen, om standvastig te blijven, volharding te hebben enz.: 2 : 1, 6el xQoaéxtiv zoïg axovG&tïGiv ; 3:6, tav... ftexQi ttXovg fitfiaiav xazaoxtbfiev; vgl. ook vs 14; 4 : 16 JiQoGtQxoo/'t&a /isza naQQtjoiag; 6: 11 zijv avzijv èvöeixvvo&ai GTiovóijv JiQÖg zi]v xX?jQo<fOQiav zijg ii.jcióog axQ1 ztXovg; 6:18, XQazijGai zijg jiQoxti/iivijg tknióog; 10:30, vxo/iovijg i'xszs /otiav; 12:1, <fi' vno/nóvijg ZQéx<i>fiev.

Door al deze plaatsen loopt één lijn. Van afval tot het Jodendom is nergens sprake. Zelfs wijst 3 : 12 in andere richting, als het daar heet: aitoazijvai axö 9-eov i^vivzog. Levende God is de naam, waarmee de eenige ware God, Dien Israël de eeuwen door diende, genoemd wordt, om Hem te onderscheiden van de afgoden *), wanneer dus gesproken wordt over afval van den levenden God, is daarmee feitelijk al gezegd, dat niet wordt gedacht aan neiging tot het Jodendom. De andere vermaningen of waarschuwingen wijzen evenmin in die richting.

Het is altijd moeilijk te zeggen, wat iemand had moeten schrijven. Doch, gaan we af op andere boeken van het N. T. als Gal. en Matth., dan mogen we verwachten, dat een schrijver, die lezers wilde waarschuwen tegen afval tot het Jodendom, met klem van redenen aanwees, dat Jezus van Nazareth de beloofde Messias, de Zoon van God was. Onze brief gaat er

l) Zie Komm. Matth., bl. 199.