Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geest vs 17. Gebed kan men toch niet vragen van iemand, dien men niet kent, 13 : 18, en nog veel minder kan men denken aan een reis, die niet naar bepaalde personen gaat, 13 : 19, 23.

De meening, dat de Hebreen behoorden tot degenen, die het eerste Pinksterfeest hadden bijgewoond, en moeten worden vereenzelvigd met deènKfrtfiovvTS^PMfinloi van Hand. 2 tio1), is mogelijk, doch in geen geval stellig te bewijzen, vgl. bl. 23.

Wordt dan ook op grond van het zoo juist betoogde vrij algemeen aangenomen, dat onze brief aan bepaalde lezers is gencht, een enkele maal is het tegendeel betoogd 2). Er zouden in Hebr. geen concrete vraagstukken worden besproken, want wat er in staat over de vervolging, zou overal passen. Persoonlijke mededeelingen komen niet voor, hetgeen alleen kan worden beweerd, als men het slot van den brief scheidt Men wil evenmin bepaalde vermaningen vinden in onzen brief, de waarschuwingen zouden zeer algemeen zijn. Wat er staat, was niet anders dan hetgeen men b.v. leest 1 Petr. 4: 12 en 5 : 9. In een brief aan bepaalde lezers zouden blaam en lof elkander niet kunnen afwisselen, als hier in 5 : 12 vlg. en 10 : 26 39 geschiedt. De schrijver zou 13 : 24 een groot aantal iiyovfievot onderstellen, iets dat, als we later zullen zien, anders moet worden verklaard. We merkten reeds op, dat heel deze bewering alleen gelden kan, als eerst het slot is verwijderd. Maar er is meer. We weten van den oud Christelijken tijd zeer zeker weinig af, het wil zelfs niet geheel en al gelukken om de 10 : 32 vlg. bedoelde vervolging te vinden. Toch, als we de brieven van Paulus nagaan, dan merken we, dat de gemeenten onderling zeer verschilden, veel te veel, dan dat de boven besproken individueele trekken zoo maar van alle Christenen zouden kunnen gelden. Sterker lijkt ons de meening, die aan bepaalde lezers wil vasthouden.

Doch dan komt de vraag, waar zullen we die lezers zoeken. Vele plaatsen zijn genoemd, men kan zelfs zeggen, dat bijna alle steden, waar in den eersten tijd een Christelijke gemeente van eenige beteekenis was gevestigd, de eer hebben genoten in aanmerking te zijn gekomen. Zoo is gepleit voor Berea (waarbij Klostermann het opschrift per coniecturam veranderde in anus BeQOiaiovq), voor Antiochië, Efeze, Laodicea, Caesarea, Jamnia, Ravenna, Alexandrië, Rome, Korinthe, Jeruzalem. Ook voor heele streken als Griekenland, Lycaonië, ualatie, Pontus, Cappadocië, Cyprus 3), Bithymë, Spanje, Palestina. De meeste van deze namen zijn gegeven op loutere hypothese, op een gedachte, dat het wel zoo zou kunnen zijn en ver-

1} Zie G. Milligan, Theol. Ep. Hebr., 1899, bl. 53.

2) W. Wrede, Das liter. Ratsel des Hebr. br., 1906, bl. 13 vlg.; K.

Perdelwitz, a. w., bl. 69. ,

3) Dit laatste bij Riggenbach, in de onderstelling, dat Barnabas, de Leviet van Cyprus, onzen brief aan zijne oude landslieden zond.

Sluiten