is toegevoegd aan uw favorieten.

De brief aan de Hebreeën en de brief van Jakobus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen het Christendom ouder werd en afval voorkwam, over die zonde meer moest gesproken worden. Op zichzelf zou de brief zeker zeer goed in Klein Azië geschreven kunnen zijn. Timotheus was daar bekend, kan er weer gewerkt hebben en gevangen zijn gezet. Klein Azië is ver genoeg van Italië om 13 : 19, 23, 24 mogelijk te maken. Maar ten slotte blijft ook dit een hypothese, van andere plaatsen zou hetzelfde kunnen worden beweerd.

Zoo moeten we eindigen met de erkentenis, dat we den naam van den schrijver niet kunnen noemen en daaraan toevoegen, dat zijn naam al vroeg vergeten moet zijn geweest. Anders is de traditie niet te verklaren. We kunnen denken aan een Jodenchristen, Hellenistisch gevormd, wel onderlegd in de Schrift, die in Italië had gepredikt, die nu ver van Italië was en daar niet komen kon. Hij was een leeraar van beteekenis, bekend met Timotheus, doch geen apostel, en had Galilea of Judea niet bezocht in de dagen, dat Jezus daar rondwandelde. Maar zijn naam kennen we niet. Terecht schreef Moffatt over het zoeken naar een auteur: it is superfluous here to discuss hypotheses which are in the main due to an irrepressible desire to construct N. T. romances (pag. XX). Niet onaardig heeft men het aysvsalóytjxoq van 7:3 op den brief zelf toegepast. Het blijft nog altijd, als Origenes zeide: alleen God weet, wie Hebr. heeft geschreven.

§ 5- Vorm.

Wanneer we handelen over den vorm van den brief aan de Hebreen, vragen drie onderwerpen onze aandacht: 1) taal en stijl; 2) de vraag, of onze brief uit het Hebreeuwsch kan zijn vertaald; 3) de vraag, is hij brief, preek of iets anders.

I. Ten allen tijde trok het de aandacht, dat de brief aan de Hebreen van alle boeken van het N. T. het dichtst staat bij het Attisch kunstproza, het verst af staat van het xoivrj Grieksch. Is daarmee op zichzelf geen oordeel van meerderof minderwaardigheid gegeven, het toont dat de schrijver een kunstvaardig man was, die zich in zijn wijze van uitdrukking boven het gewone peil had weten te verheffen. Zelfs Lukas, die onzen auteur het meest nabij komt, evenaart hem niet in kunstvaardigheid. Clemens Alexandrinus ontdekte in onzen brief, zij het dan in verband met de meening, dat Lukas hem had vertaald, een kleur (xQ^g) als in de Handelingen *). En Origenes schrijft: ó'rt ó %aQaxxriQ xrjq Xè^eojq rijq jtqo$ E^Qatovg èiiiyeyQafifiévijq ovx è'xei xó èv ).6y<;>

LÓtatxixov xov a.Ttooxói.ov, ofto).oyi(öavxoq èc&vxöv iöiixtxTjv eivai xoj j.óyv), xovx eaxlv xfj (pgaoei, aXX' èoxlv ij èjiiotoi.rj

*) Euseb., Hist. Eccles., 6, 14, 2.