is toegevoegd aan uw favorieten.

De brief aan de Hebreeën en de brief van Jakobus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ten bate van anderen, dan voor wie ze was gehouden? En het slot dan? Ook gaat het te ver, om, als Slot deed1), Ps. 95 tot 110 te noemen als het schriftgedeelte, dat is voorgelezen, eer de homilie werd gehouden. Vooreerst zou dan niet alleen Psalm 95—110, doch ook Jer. 33 als een soort tekst kunnen worden beschouwd. En in de tweede plaats is de schrijver, als in de volgende § zal worden aangetoond, eerst de lezers gaan vermanen en in verband daarmede op Ps. 95 gekomen, terwijl ook de bespreking van het hoogepriesterlijke ambt van Christus ter wille van den toestand der lezers aan de orde kwam. De homilie-gedachte als zoodanig behoeft en mag echter niet te worden losgelaten.

Wanneer we het vraagstuk scherper stellen, dan kunnen we zeggen, dat het aldus voor ons komt te staan: 1) Hebr. wil blijkens het slot een brief zijn; 2) tot ± Cap. 13 is er weinig of niets, dat op een brief wijst — en nog in het slot wil Hebr. een i-óyoq Tiaqax^oeoi^ zijn, 13:22, wat hij blijkens de vele vermaningen ook wezen kan; 3) Hebr. is gericht aan bepaalde lezers.

Wij meenen het vraagstuk aldus te kunnen oplossen. Er was een prediker, die bij de geadresseerden had vertoefd en onder hen had gearbeid, 13:19, 24. Hij hoorde van hun afval en wist, dat ze bijzondere bearbeiding noodig hadden. De begeerte van den prediker was, tot hen te komen, 13 : 23 en bij hen te prediken. Maar op dit oogenblik kon hij niet komen, waarom niet, is ons onbekend, gevangen was de schrijver niet, zelfs weet hij, dat hij spoedig komen zal, 13:23. Nu stelt hij zich voor, dat hij bij de lezers is en tot hen spreekt. De Xóyoq xccQcix2.rjG£(oq2), die hij tot hen had willen houden, doch thans niet kon houden, stelt hij op schrift en zendt hij aan de lezers. Maar nu voegt hij er aan het einde een schrijven bij, dat over persoonlijke omstandigheden loopt. Waar begint dat schrijven? Bij vs 18? of bij vs 22? Dat is door de doxologie van vs 20 en 21 niet uit te maken. Maar dit is voor onzen brief niets ongewoons. De stijl van den schrijver brengt mede, dat hij zooveel mogelijk alle overgangen wegwerkt. Zelfs 10 : 19 knoopt aan het voorafgaande aan. En het stuk 1 : 1 —10: 18 is, al worden verschillende onderwerpen behandeld, feitelijk niet te verdeelen. Nu heeft de schrijver ook de grens tusschen de homilie en het begeleidend schrijven over persoonlijke omstandigheden weggewerkt, het een in het ander laten overloopen, de Xóyoq 7iaocac/.rt<J8ü>q en de i-ritfro/.'}

*) De letterk. vorm v. d. Br. a. d. Hebr., 1912, bi. 94 vlg.

2) Wat een Xóyo? naQan^asais was, leert Hand. 13 : 15 v'f?- Paulus gaat ook van de TtuztQiq naar Jezus, spreekt ook van de noizrjQia in verband met Jezus' dood, van de vervulling der beloften, geeft uitvoerig schriftbewijs, waarschuwt met de woorden der Schrift. Er zijn inderdaad kenmerkende trekken van overeenkomst.