Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermanen noodig was. Het dogmatische thema wordt naar een vast plan uitgewerkt en op zijn best kan men zeggen, dat de schrijver tweeerlei doel volgt: hij wil uiteenzetten en vermanen. Van belang is nog, dat Wrede toegeeft, dat wie den brief houdt voor een schrijven aan een gemeente, er veel eerder toe komen zal, om het hoofddoel te zoeken in de vermaning J).

Er is veel aan gelegen het vraagstuk juist te stellen. Het loopt over de vraag, komt de schrijver van zijn vermaningen tot uiteenzettingen of zijn de vermaningen toepassingen van uiteenzettingen. O. i. is zeer zeker het eerste het geval.

Alleen door uit te gaan van de vermaningen, verstaat men, waarom de schrijver juist die stukken op deze wijze behandelt. De vermaningen blijven in heel den brief dezelfde en houden alles bijeen. Dit moet nu worden aangetoond. Vooraf ga echter nog de opmerking, dat daarmede natuurlijk niet is gezegd, dat een uiteenzetting, die geboden is om een vermaning toe te lichten, ook niet als uiteenzetting zelfstandige waarde kan krijgen. Dit is in Hebr. zeker het geval, ook dit zal met een enkel woord worden toegelicht.

Vermanende gedeelten vindt men door den geheelen brief aan de Hebreen: 2:1—4; 3: 1 vlg-; 3:I2 vlg-! vlg-; 6:1 vlg.; 10: 19 vlg.; 12:1 vlg.; 13.

Het duidelijkst zegt de schrijver, hetgeen hij op de lezers tegen heeft en waarom hij hen komt waarschuwen 3:12: pi-énere, a<fsl(foi, firj Jtote i'arai è'v nvt vfid>v xaQÓia ctjiioviaq èv zd> anoax7\vai «.tö 9-eov

Hier mag dadelijk de vraag gesteld, hoe is het mogelijk, dat lezers, die zóó worden geprezen om hun trouw en liefde, tot zelfs in vervolging, 6:10; 10:32 vig., nu gevaar loopen af te vallen van den levenden God. Blijkbaar waren de Hebreen over het hoogtepunt heen. Na een periode van bloei, was de inzinking gekomen, ze waren uitgeput. Nu vervolging niet meer prikkelde tot verweer, kwam het gevaar, dat de rust hen tot verflauwing bracht. De waarschuwingen, die 3 : 12 nader toelichten, doen zien, dat dit de toestand was.

De Hebreen liepen gevaar van den waren God af te vallen. 3:12 zegt ons ook, dat achter die afval school axiovia. Dit wordt bevestigd door 3:19, het voorbeeld der Israëlieten, vgl. ook 4 : 2. Die axiozia zal zich eerst uiten in aitei9-eia, 3 :18; 4 : 6 en 11. Ook dit wordt met het voorbeeld der Israëlieten duidelijk gemaakt. Zoo krijgen we reeds een reeks: ongeloof, ongehoorzaamheid, afval. Tot dien afval is het nog niet gekomen, 3:12; 6:9, maar komt hij, dan leidt hij tot onbekeerlijkheid

1) Ook uit het feit, dat het eerste hoofddeel 10: 18 eindigt met ovuêri XQoatpoga 711(11 ajiaQTLug, kan geen argument worden afgeleid voorde bewering, dat Hebr. hoofdzakelijk theoretische bedoeling heeft. Immers er volgt dadelijk: l%ovTes ovv na^Qi^aiav.. ■ rtQ06SQ%a>ii£&<x.

Sluiten