is toegevoegd aan uw favorieten.

De brief aan de Hebreeën en de brief van Jakobus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het tweede deel van den brief is volkomen begrijpelijk. Ze is de subjectieve zijde van de breede behandeling van het priesterschap van Jezus in het eerste deel. Gelijk objectief alles hangt aan het offer van Christus, zoo subjectief aan het geloof. De bijzondere aandacht daaraan gegeven doet ons dit zien.

Merkwaardig is het, dat Hebr., die uitgaat van den Zoon en die bij den Middelaar, zonder met zoovele woorden van opstanding of hemelvaart te spreken, wijst op het zéAoq, de emdheerlijkheid in verband met Ps. 110, zoo den nadruk legt op het echt menschelijke van Jezus tijdens Zijn omwandeling op aarde, 2:9; 5:7 vlg.; 12: 2.

Vreemd is dit echter niet *). Het herinnert ons al dadelijk aan het Evangelie van Johannes, dat begint bij den Logos, en dan afdaalt tot het meest menschelijke, 19 : 34 vlg. Het hangt echter ook samen met.de hoofdgedachte van onzen brief. Jezus is van de diepste vernedering door volharding gekomen tot de hoogste eer. Hij is de a{>x*iyo$ xal zel.sioizijq Tf/g xioTswe, 12 : 2. In dien weg heeft Hij ook de vervulling gebracht van de ceremonieele wet, 9:11 vlg.

En in de derde plaats, Hebreen is de brief van de analogieën. Hij laat telkens zien, dat het een met het ander overeenstemt, doch er dan tevens boven uitgaat. Zoo stelt hij oude en nieuwe bedeeling naast elkaar, Melchizedek en Jezus, de Israelietische priesters en den grooten hoogepriester. Het merkwaardigste voorbeeld is wel 9 : 27 vlg. te vinden, waar Christus' werk in analogie gebracht wordt, met hetgeen den mensch wedervaart en toch getoond wordt, hoe alles bij Hem heerlijk is. Er is ook analogie tusschen het eenmaal tot bekeering komen, 6 : 4 ic.ta§, en het eene offer van Christus, 10 : 10 vlg. ètfdjta§. Maar eenmaal is er een ingaan, gelijk Christus eenmaal inging, 9:12, daarna is er geen bekeering, 10 : 26. Het «jrag beheerscht telkens het betoog. En onder dat alles doet XQsizzmv dienst om de heerlijkheid van Christus en Zijn werk te handhaven 2).

De bijzondere gedachtengang van den brief aan de Hebreen, die reeds van te voren de te behandelen onderwerpen aankondigt en ze dan in elkander laat overloopen, maakt het bijna onmogelijk hem te verdeelen. Zondert men de losse vermaningen van cap. 13 uit, dan hangt alles ten nauwste

*) Vgl. ook F. Biichsel, Die Christologie des Hebr. br., 1922, bi. 27, ^',en *?e 8esch'edenis der Nieuwtestamentische Godsopenb., 1925, bl. 50!

-) Bij Moffatt, pag. XXXI vlg., vindt men een ietwat andere redeneering. Hij spreekt van „symbolism of an unique kind", wij spreken liever van analogie. Al moet dadelijk toegegeven, dat er ook meer dan analogie is, n.1. vervullen, bewerken, voorgaan. Maar wij spreken daarnaast ook van analogie, omdat dit de wijze van redeneeren in het algemeen verklaart.