Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarmee hangt nu de blijvende beteekenis van Hebr. samen. Hij zal steeds dienen om de gemeente rijker inzicht te geven in het werk van Christus, opdat ze daardoor bewaard zou blijven voor den afval.

§ 8. Varia.

I. Afhankelijkheid van andere boeken in het Nieuwe Testaitient.

Wanneer de brief aan de Hebreen behoort tot de het laatst geschreven boeken van het Nieuwe Testament, komt vanzelf de vraag, heeft hij vroeger geschreven boeken gekend en gebruikt. Zoo trok in de eerste plaats de verhouding tot Paulus de aandacht. Van verschillende zijden is beweerd, dat Hebr. m. n. van Rom. en i en 2 Kor. afhankelijk was 1). Een sterk bewijs vond men in het feit, dat Hebr. 10: 30, Deut. 32 : 35 in denzelfden van de LXX afwijkenden vorm werd geciteerd als Rom. 12: 19. Voorts werden b.v. vergeleken 2: 10 met Rom. 11:36; 3 : 6 met Rom. 5 : 2; 6 : 12 vlg. met Rom. 4 : 13, 20; 10: 38 met Rom. 1 : 17; 11 : 12 met Rom. 4 : 19; 11 : 26 en !3 : r3 met Rom. 15 : 3; 12 : 14 met Rom. 12 : 18 en 14 : 19; 13:1 en 2 met Rom. 12 : 10, 13 en 14 : 3 vlg. Dan. 2 : 4 met 1 Kor. 12 : 4, 7—11; 2 : 8 met 1 Kor. 15 : 27; 2 : 10 met 1 Kor. 8:6; 2 : 14 met 1 Kor. 15: 26; 3 : 7—9 en 12 : 18—25 met 1 Kor. 10: 1 —11; 5:12 met 1 Kor. 3:2; 5 : 14 met 1 Kor. 2:6; 6:3 met 1 Kor. 16:7; 9 : 26 met 1 Kor. 10: 11; 10 : 33 met 1 Kor. 4:9; 13:10 met 1 Kor. 10:14—21; 13:20 met 1 Kor. 7 : 15 en 14:33.

Niemand zal ontkennen, dat op al deze (door Holtzmann gegeven) en nog andere plaatsen grooter of kleiner overeenstemming bestaat. Of daaruit echter volgt, dat Hebr. de geschreven brieven van Paulus heeft gekend en gebruikt, is een tweede, op zichzelf zou dat blijkens 2 Petr. 3:15, 16 zeer wel kunnen. Maar het is te gewaagd uit overeenkomst per se tot litteraire afhankelijkheid te besluiten. Gaat men de parallellen na, dan blijkt vooreerst, dat er aanhalingen of toespelingen op plaatsen uit het Oude Testament bij zijn (b.v. 1 Kor. 16 : 7) en onderwerpen, die in elke prediking moeten voorkomen. Het treft, dat gelijkheid met 1 Kor. 8 : 6 wordt opgegeven, omdat we daar ter plaatse niet hebben een woord van Paulus, doch een uit den brief der Korinthiërs 2). Men mag voorts niet vergeten, dat in de oude christelijke kerk niet alleen een geijkte prediking heeft bestaan, maar dat ook de vorm zekere

1) H. Appel, Der Hebr. brief, 1918, bl. 3 2 (in verband met de hypothese, dat Hebr. aan Korinthe was gezonden); H. J. Holtzmann, Einl. N. X., 1892, bl. 298 vlg.; B. Weiss, bl. 11 noot; H. Windisch, bl. 116 vlg.; \V. L. Slot, Letterk. vorm. Br. a. d. Hebr., 1912, bl. 90 vlg. Voor 10 : 30 zie de exegese.

2) Zie Geref. Theol. Tijdschr., i8, Febr. 1918, bl. 368.

Sluiten