Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meening, dat onze brief bij de opname in den kanon aan het einde van de tweede eeuw zijn opschrift kreeg, werd reeds besproken (bl. 3), evenals de vraag, of een opschrift met opzet dan wel door een ongeval wegviel. Het verst is Wrede gegaan, toen hij oordeelde, dat men Hebr. door toevoeging van een slot voor een brief van Paulus wilde uitgeven, zie daarover blz. 37 vlg. Wrede knoopte aan bij Schwegler1).

Bousset wil (met Wrede) 5 : 1 —10 en 7 : 1 —10: 18 houden voor een „abgeschlossene Lehrvortrag", dien de schrijver eenvoudig in zijn brief heeft opgenomen. En verder houdt hij ook cap. 1 en 2 en cap. 11 voor kleine verhandelingen. We meenen, dat onze exegese en onze beschrijving van den gang van het betoog in § 6 voldoende aantoonen, dat de bedoelde stukken noodzakelijke bestanddeelen zijn van den brief.

Zie P. Wendland, Die Urchristl. Literaturformen, 1912, bl. 374 vlg. (3°8 vlg.).

2) W. Bousset, Jüdisch-Christlicher Schulbetrieb in Alexandria und Rom, 1915, bl. 312; vgl. W. Wrede, Das literar. Riitsel des Hebr. br., 1906, bl. 18.

Sluiten