Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de zijnen, waarvan straks op allerlei manier gesproken zal worden, aan te kondigen. Zonen zal daarom niet bedoeld zijn in den zin van zonen Gods, kan ook niet beteekenen zonen van den Verlosser, doch houdt in: zonen des menschen d. i. van Adam c. q. van Abraham. IloXXovq niet alle, wel een groot aantal zonen wordt er gered, vgl. 9: 28, die velen staan tegenover den éénen. 'Ayxijyoq, beteekent h. 1. meer bewerker, dan leidsman, eersteling 1); trouwens al is het waar, dat onze brief zeer den nadruk legt op de menschelijke natuur van Jezus en uit dien hoofde de verklaring eersteling in de zaligheid niet geheel en al buiten gesloten zou zijn, hier kan die verklaring van wege avzöjv, dat Jezus van de oatTrjQia (d. i. de do|a, voor zoover ze redding inhoudt) der zijnen scheidt, niet worden aanvaard, vgl. ook 5:9. De bedoeling is, dat Jezus de verlossing bewerkt. TtXsiovv is tot het réXo$, het hoogste punt, het doel brengen, d. i. verhoogen 2), het hier bedoelde hoogtepunt is niet zoozeer de en tifa'i, waar¬

van in Ps. 8 sprake was, hetgeen in dit verband minder past, vooral ook om vs 11, maar is het daarmee weliswaar zakelijk vrijwel samenvallend, brengen tot het hoogtepunt als ètQXWbs

1) Zie Moulton, & Milligan s. v.; H. H. Meeter, Heavenly High Priesthood of Christ, 1916, bl. 40. Hebr. 12 : 5 is de constructie anders, daar ontbreekt ccvr&v.

2) TsXsiovv en verwante woorden komen in den brief aan de Hebr. herhaaldelijk voor. Er is beweerd, dat dit werkwoord eigenlijk wijden zou beteekenen en ontleend zou zijn aan de taal der mysteriën. Men beriep zich daarvoor op het gebruik van tsXsiovv in den Pent. LXX, b.v. tsXslovv tag X*iQ<xS, Ex. 29:9; Lev. 16:32; Num. 2:3, vgl. W. Bousset, Kyrios Christos, 1921, bl. 282. E. Riggenbach heeft in Der Begriff der TsXsimais im Hebr. br., Neue Kirchl. Zeitschr., 34, 3, Maart 1923 overtuigend aangetoond, dat de beteekenis wijden onmogelijk is. Hebr. heeft tsXslovv niet in den zin van de bedoelde plaatsen uit den Pent., want hij betoogt juist, dat de oude bedeeling geen TsXsiaaig bracht, die is er alleen door het werk van Christus. Hebr. heeft zoo vaak tsXslovv, omdat de Hebr. gevaar liepen af te vallen. Daartegenover houdt o. i. het betoog van Th. Haering, Noch ein Wort zum Begriff tsXslovv im Hebr. br., N. K. Z., 34, 6, Juni 1923 geen steek. Zelfs al zou op zichzelf 7 : 28 tstsXslcd[lsvov ge-wijd kunnen beteekenen, dan blijkt uit het verband, dat dit niet de bedoeling kan zijn, want het gaat juist om een tegenstelling met de immers evenzeer gewijde O. T.'sche priesters. Wat is wijden naar het geweten 9 : 9 ? Men zegge niet, dat 10 : 1 en 14 toch van voor goed tsXsiovv sprake is, want het sig ró Sirivsusg staat in tegenstelling met het herhaalde, doch op zichzelf wijdende offer. Op plaatsen als 12:2 past de beteekenis wijden etc. heelemaal niet. TsXsiovv is voor Hebr. synoniem met nct&UQifcsLV, ayia^SLV, doch beziet die handelwijs anders, tsXslovv geeft aan, dat inderdaad het volmaakte is bereikt. Dit komt overeen met de formeele beteekenis, die tsXslovv heeft, het verband moet beslissen, in welk opzicht het tsXos wordt bereikt. Vgl. ook E. Riggenbach, Komm., 1922, bl. 48, noot 21; Fr. Btichsel, Die Christol. d. Hebr. br., 1922, bl. 56, noot I.

XII. 7

Sluiten