Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3:2

is bedoeld. In rifiütv vereenigde schrijver zich weer met de lezers. Dat de naam Jezus achteraan staat, geeft aan, dat de brief van het werk, dat moest gedaan worden, gaat naar den bepaalden persoon, die het verrichtte. Vgl. voorts 4: 14; 10: 23.

2. Uioxov övxu is attributief met 'Irjaovv verbonden (§ 227). Men mag dus niet vertalen: let er op, hoe Jezus getrouw was, of: op Jezus, Die getrouw was, maar den getrouwe of: zooals Hij trouw ivas en blijft. Het verschil is dit, de schrijver wil niet de lezers opwekken om tweemaal op te letten n. 1. eerst op het werk van Jezus en dan op de trouw, waarmee Hij het vervulde of ook alleen op de trouw, maar als één persoon moet voor hen staan: de trouwe apostel en hoogepriester Jezus, d. w. z. wat het vorige breed uiteenzette, wordt hier ineens te zamen genomen. Het nieuwe in de appositie is niet de trouw, daarvan was reeds sprake 2:17, maar het feit, dat Jezus getrouw was xüt noir\oavxi uvxóv. De trouw van Christus in Zijn werk wordt aldus nadrukkelijk naar voren gebracht en boven de trouw van Mozes gesteld, vs 5 en 6. Daarmee komen we, aan wat in den brief de hoofdzaak is, de tot afval neigende, onstandvastige lezers moesten zien op den trouwen hoogepriester, 12 : 2—3. Dat met den xoirjOccq God bedoeld wordt, ligt na het woord iiTtóGxoXoq in den aard der zaak. Maar minder duidelijk is, waaraan moet gedacht bij Jioielv. Iloielv kan beteekenen scheppen. Het is echter zeer onwaarschijnlijk, dat de schrijver dacht aan het vormen van de menschheid van Jezus door God. Dat vormen komt niet alleen in heel dezen brief niet aan de orde, maar het verband wijst met a7ióaxoXo$ en a(>xieQfvq naar het ambt. Beter zal het zijn bij noielv te denken aan het doen optreden in de aardsche geschiedenis en bepaald aan het stellen in het ambt, het maken tot axóöxoXoq en aQxieQevq, te meer, omdat we 1 Sam. 12:6 LXX lezen, o Tcoiriaae, xov Mtxtvotiv xal xöv 'AaQ(bv, op welke plaats *) veel pleit om te denken aan stellen in het ambt (vgl. vs 8 anècxeike, terwijl in beide verzen sprake is van het uitvoeren uit Egypte). De bedoeling is dan, dat Jezus Zijn werk zóó heeft verricht, dat Hij elk oogenblik vasthield {jtiaxóq c. dat.) aan de taak Hem door Zijn Zender opgedragen, vgl. Joh. 4:34; 5:3°; 6:38. De schrijver vergelijkt nu de wijze, waarop Jezus trouw was jegens Zijn Zender, met die, waarop Mozes getrouw was. Oppervlakkig kan het vreemd schijnen, dat Jezus nu nog met Mozes vergeleken wordt, nadat eerst reeds Zijn verheven zijn

1) Keil op 1 Sam. 12:6: Hu'i? machen im sittlichen und geschicht-

lichen Sinne, d. i. der Sache nach, jem. zu dem machen, was er werden und wirken soll, nicht von der physischen Hervorbringung, sondern von der Hinstellung auf den Schauplatz der Geschichte, wie noilïv Hebr. 3, 2.

Sluiten