Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3:9

kan worden, nu xeaaeQaxovxa è'xrj blijkbaar onderstelt iets, dat kort voor den intocht in Kanaan plaats greep. Deze bedenking behoeft niet te gelden, als men aanneemt, dat onze brief de verzoeking bij Massa en Meriba neemt als typen van Israëls gedrag gedurende de gansche reis, onder één verzoeking alle samenvat. Dat kon hij te gemakkelijker doen, daar hij de LXX volgde in het bezigen der vertaalde namen, waardoor de zin niet in de eerste plaats aan bepaalde feiten herinnerde, maar een zeer algemeen karakter heeft gekregen en slechts in xaxd xtjv tjfitQav een vingerwijzing ligt naar een bepaalde gebeurtenis. Met verbittering is dan bedoeld het tot toorn verwekken van God; met verzoeking het eens beproeven, hoe ver men gaan kon, het probeeren, of God de straffen, waarmee Hij dreigde, wel zou en kon doen komen. Aan beide ligt dan ook ongeloof ten grondslag en zoo kon deze aanhaling uitnemend dienen ter inleiding van de vermaning in vs 12. Kaxa, van tijd, § 188.

9. Ov is te vertalen door waar. De beste lezing leest: tTisiQaoav... ev (foxifiaoia. De LXX heeft êjisiQCMJav /te... hóoxiftacav, hetgeen Hebr. 4:8 als variant voorkomt. Waarschijnlijk volgt onze brief een andere lezing, de LXX sluit zich dichter bij den M. T. aan, zakelijk verschil is er niet1). Zelfs als fiè niet in den tekst hoort, moet God als object van eneigaoav worden gedacht (en niet b. v. tQycc), ook 1 Kor. 10 . 9 staat absoluut van: God verzoeken. Aoxi/tccoict

is beproeving, óoxifid^siv is eigenlijk beproeven, in de hoop, dat het goede aan den dag gebracht wordt, dan: goed bevinden, terwijl TcsiQa^siv de mogelijkheid stelt, dat er kwaad aan den dag treedt, doch hier is óoxifiaoia wel niet meer dan beproeving (vgl. TtccQa^rjXovv, 1 Kor. 10:22). Het was telkens weer eens zien, wat God nog zou toelaten, of Hij wel straffen zou. Bij de exegese, die óió uit vs 7 verbindt met pléxexs vs 12, vgl. bij vs 7, rnag natuurlijk uit 01 tcccv/idtv niet worden afgeleid, dat de lezers van den brief Jodenchristenen waren, daar de schrijver het geheele citaat inlascht met xa&üq vs 7 en dus vergelijkt, niet gelijkstelt, in het citaat niet de lezers rechtstreeks vermaant, zie ook hetgeen bij xeaaeQtixovxa é'xrj is gezegd. Wanneer men vs 8 en 9 Iaat zien op de verzoekingen gedurende de geheele woestijnreis, kan xal fldov xxè vertaald worden: hoewel zij toch Mijn werken zagen, § 352 en de beteekenis is dan, dat ondanks alles, wat God deed, de zegeningen, die Hij schonk, de oordeeleD, die Hij deed komen, het volk voortging met zijn zonde. Vertaalt men xai door

l> Bleek vermoedt verwisseling van E(N)JOK IMASIA en EdOKIMASA(N) (de letters tusschen haakjes kunnen door een abbreviatuur zijn aangegeven).

Sluiten