Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5:1

het voor anderen optreden bij God en door God geroepen zijn bij Christus worden gevonden.

Vs i is een reden, niet van 4: i6, dat een opwekking bevatte, maar van 4:15. Daar heette het, dat wij een hoogepriester hebben, die met onze zwakheden medelijden kan hebben, hier hooren we, dat elke hoogepriester iets van dien aard te doen heeft, m.a.w. dat 4 : 15 met slechts sprak van Christus werk, maar dit werk hoogepriesterlijk achtte, wordt thans bewezen op goeden grond te rusten. J7«g beteekent op zichzelf teder, wie dan ook, maar uit den aard der zaak zijn alleen de Israëlietische hoogepriesters, elk in het bijzonder, gemeend, al wordt het woord ccQXi£Qsvg 0ok bij andere religies dan de Israëlietische gebezigd. Op Melchizedek past dit vs met, zie nog bij vs 9. 'E§ «v&qcjtkdv J-a/upccvó/uevoc kan wat de plaats betreft, zoowel bij het onderwerp (die uit dé menschen genomen wordt) als bij het gezegde (staat, uit de menschen genomen wordende) behooren. Het laatste verdient de voorkeur, omdat hier min of meer een omschrijving gegeven wordt van het hoogepriesterlijk ambt. Het uit de menschen genomen worden, hetgeen inhoudt zelf mensch zijn, bepaalt het karakter van het aardsche hoogepriesterschap. lit£Q av&Qutjcwv beantwoordt aan «§ ccv&qwjmov, het werk blijft tot menschen bepaald, komt menschen ten goede KafiiCzaxai, eigenlijk wordt gesteld. Het praes. duidt aan, dat het gaat om het stellen in het ambt, de bedoeling is, zoo menigmaal er een hoogepriester komt, is het er één, die uit de menschen wordt gekozen, voor de menschen arbeidt en in het ambt gesteld wordt om enz. *). Ta tiqos töv &sóv, accus. ïmit., het gebied aanduidende, waarop de hoogepriester werkt zyn ambt raakt de verhouding (der menschen, blijkens vniö av&QM0>v) tot God, den Godsdienst, vgl. 2:17; Rom. 15:17 £.r ligt hier tevens een soort tegenstelling uitgediukt. De hoogepriester komt uit de menschen en moet dienst doen bij God, het onvolmaakte van het aardsche hoogepriesterschap w?fdt daarmee aangeduid. Van Jezus heet het straks, xai7teo Daarmee is nu eigenlijk al aangetoond, dat Jezus hoogepriester heeten mocht, m.a.w. 4: 14 en 15 zijn gehandhaafd en dus is er grond gelegd onder de vermaning van 4: 16 JJe brief gaat evenwel verder, gaat meer van het aardsche hoogepriesterschap zeggen, om dat later op Christus te kunnen toepassen en zoo de waarheid van Zijn ambt nog beter Wa1 dan de hoogepriester op zijn ambtsgebied (rajtQosTov &eov) doen moet, geeft de finale zin te kinnen. IlQooytQo 1S het in dezen brief herhaald (bij Paulus nooit) voorkomende woord voor offeren. Vermoedelijk zal wel niet een

Studifn^tï bh8!" ^.eenV0Udig Verta'en de ZwaaD> Theo1-

XII.

10

Sluiten