Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5:9

beide afhankelijk van s'fia&sv. Men kan de deelwoorden niet door omdat omschrijven, de bedoeling is, dat Christus leerde èn door het bidden èn door de verhooring. Dit kan ook liggen in het feit, dat twee participia aoristi aan een aoristus voorafgaan, § 258. 4. Daarom behoort ook èv ralq ijfitQaig rijq oaQy.óq zoowel bij è'/ia&ev als bij de participia, die twee vallen in tijd saam. In tfiafbev ligt zeker ook het element, dat Jezus steeds meer gehoorzaamheid betoonde, Jezus zag Zijn werk a. h. w. steeds klaarder en vervulde het. En dat moest openbaar worden ter wille van Zijn volk. Vanzelf is ook hier weer veel niet te verklaren, we verstaan in dit vers, dat het lijden in Gethsemane op het zwaarste voorbereidde, dat volgen ging. Dan ook dit, dat Christus in het lijden toonde het fiETQiona&eiv, vs 2, dat Hem wel niet uitdrukkelijk toegeschreven wordt, maar dat zich in het lijden openbaart en de mogelijkheid schiep, dat Hij anderen verloste, omdat Hij zelf aoé-svriq worden wilde. Hij leerde het menschelijk lijden kennen en daaraan gehoorzaam zijn, vgl. 2: 18; 4: 15.

9. Omdat zeXfiui&eiq in zich zelf niets zegt, dan dat het hoogtepunt bereikt is, moet het verband leeren, hoe het bedoeld is. Het gaat om het lijden van Christus en het leeren van de gehoorzaamheid. Daarvan wordt gezegd, dat Jezus tot het hoogtepunt gebracht werd. Er staat, dat Jezus geleid werd —■ in verband met eioaxovo&eiq en ifiad-ev zr^v \maxor\v spreekt de brief in het passief — tot het hoogte- > punt, van wat Hij deed. Hij leert ten volle, gaf zich geheel over aan den wil des Heeren, stierf, Luk. 22 : 37. TeXeioj&eis moet dan ook eerder van het sterven, dan van de opstanding worden genomen. De volheid der gehoorzaamheid bracht verlossing, vgl. Fil. 2 : 5 vlg. De vraag, of Jezus dan niet volmaakt was, heeft dus met zsleioifi-siq niets te maken, het gaat alleen om het eindpunt van het werk1). Jezus werd in het komen tot het toppunt aïxioq, de veroorzaker (2 : 10) van eeuwig heil (Jes. 45: 17). StozriQia hier gelijk I : 14; 2 : 3, 10; 6:9; 9:28 de samenvatting van de weldaden des heils. Het heil is echter niet voor allen, alleen voor de vnaxovovze$, daarmee blijft de schrijver eenerzijds in de lijn van de vele waarschuwingen, die hij vroeger in verband met Ps. 95 gegeven heeft, (gehoorzamen is gelooven, vgl. 3 : 12, 18, 19), aan de andere zijde spreekt het woord van een navolging van Hem, van Wiens vnaxoi) hier sprake is. Gehoorzamen aan Jezus maakt deelgenoot van de vruchten van Zijn werk. Het a'izioq aoxriQiaq aiwviov past zonder meer niet bij het

*) gaa' °°k niet aan het teXsiiad'sis met G. Vos, Princet. Xheol. Rev., 5, 1907 op te vatten als een volmaakt hoogepriester geworden zijnd:. Volkomen hoogepriester was Christus dadelijk, vgl. vs 5 en 6, Zijn werk bereikte het hoogtepunt.

Sluiten