Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5:14

13. ITCcq o is zeer algemeen, § 234 b., het beteekent, ieder zonder uitzondering, die etc. Msxé^eiv ydXaxxog moge wat vreemd klinken, duister is het niet, gemeend zijn kinderen, die nog niet anders*) dan melk gebruiken kunnen. Daar het lidwoord vóór yr'iXaxxoq ontbreekt, is wellicht de voorstelling: in nauw verband staan met melk. We merken op, dat het begin van dit vers evenals het einde in beeldspraak gegeven is. Daarom is het noodzakelijk ook ajieiqo^ Xóyov óixaioovvr/i; in het beeld te nemen. Derhalve moet bezwaar gemaakt worden tegen verklaringen, die bij de genoemde woorden willen denken aan de gerechtigheid van Christus, de ware prediking, de uiteenzetting over Melchizedek, enz., vgl. b.v. Alford a. 1., het moet gaan om iets, dat wel bij volwassenen, niet bij kinderen voorkomt. Dus mag de beteekenis van cijtsiQoq Xóyov dixaiotsvvriq niet op religieus terrein gezocht, trouwens dan zouden we ook verwachten rjfë óixaioövvrjs (vgl. de voorbeelden in de noot bij Riggenbach). Aóyog óixaioGvvt/g kan vertaald worden door ratio iustitiae, inzicht in gerechtigheid, zulk een inzicht kunnen kinderen niet hebben, daartoe zijn ze nog niet in staat, ze kunnen recht en onrecht niet onderscheiden, gelijk ook in het vervolg staat v^nios, yat> éoxiv, het is onmogelijk als kind reeds zoover te zijn. De redeneering in dit vers valt op. Als er staat "/«<_> o, dan onderstelt dat de gedachte, dat in den vorigen zin iets werd neergeschreven, dat zeer bedenkelijk is, vs 13 zegt, waarom dat het geval is n.1. zulk één, die melk noodig heeft, is aTieiQoq xtè. Volgt er dan weer yÜQ, dan geeft dat te kennen, dat in vrfxiog het vreeselijke van den toestand nog beter wordt gehoord en toch de conclusie is onafwijsbaar: wie melk noodig heeft, is een kind. Het tweede y«Q vertale men door immers. Hij is een kind en wie dat ziet, begrijpt nog beter de onervarenheid, waarvan sprake was. Dat alles is in de beeldspraak gezegd, dus niet rechtstreeks, maar zóó dat de lezers het toe moeten passen.

14. Tikeioi zijn de volwassenen, de menschen, die het xéAo$ van den menschelijken leeftijd bereikt hebben. Bij hen hoort, hun is eigen (§ 153, 4) de vaste spijze. Dan worden de volwassenen nog nader omschreven, ze hebben het hoogste punt bereikt langs een weg van oefening, ze hebben nu geoefende aiGfbrjxt'iQia, waarnemingsorganen. Het woord is in overdrachtelijken zin gebruikt, vgl. Jerem. 4 : 19 xü cciaO-rjxr'jQia xfjq xaQffiaq. ÜQÖq <fii'cx(/iatv verbinde men met ysyvfivaöfitva, geoefend ten opzichte van, en zoo: om te. Is J.óyoq óixatoavvijq, ratio iustitiae, dan moeten xaXov en xcixov in

*) Vgl. het Latijnsche proletarius, die slechts als proles hebbend in aanmerking komt.

Sluiten