is toegevoegd aan uw favorieten.

De brief aan de Hebreeën en de brief van Jakobus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6:11

barmhartigheid, zie 2 Tim. i : 18. De heele brief spreekt niet van kerken in de nabijheid, eer krijgen we den indruk, dat de geadresseerden een vrijwel op zichzelf aangewezen gemeente zijn, voor predikers slechts na lang reizen te bereiken, 13 : 23. Verder hooren we 10: 32 vlg., indirekt ook 13 : 1, van hetgeen aan eigen omgeving is gedaan, waarom het beter zal zijn daaraan ook hier te denken. De naam ayioq is dan gekozen om te zeggen, hoe de Hebreen de broeders, die zij hielpen, zagen, waarom ze hen dienden. Ze zien hen met Christus verbonden, 2:11, 12. Het is a. h. w. een nadere omschrijving van ei$ xö övofia.

11. Vs 11 komt nauwkeurig omschrijven, wat de schrijver van de Hebreen verlangt. In zekeren zin was dat ook reeds 5: 11 en 12 gezegd. Maar hier gaat de schrijver dieper. De verslapping, die maakte, dat ze zonder daartoe in het bijzonder te zijn opgewekt, een moeilijk stuk niet konden verstaan, bestaat eigenlijk hierin, dat hun hoop niet krachtig genoeg is. Daardoor was er geen geestkracht, omdat ze niet leefden in zalige en vurige verwachting, gingen ze achteruit, misten ze den moed en de kracht zich te geven aan het onderzoek van zwaardere stukken. Hun leven is plat, zonder idealen geworden en daardoor dreigt afval en ongeloof, 3:12. Geloof, hoop en liefde hooren bijeen, {aydnrj, vs. 10, niari^, vs 12), vgl. ook hoofdstuk 12, en b.v. 2 Thess. 1:4; Op. 13: 10, als een van de drie kwijnt, heeft dat gevolgen voor de andere. Zoo wekt de brief op om aan de liefde hoop te paren en komt hij straks tot de itiffrtg. 'ExL&vfiovfiev is een sterk woord, de schrijver drukt daarin een vurige begeerte uit en met <fé geeft hij te kennen, dat die a. h. w. in tegenstelling is met het goede, waarvan hij zoo pas kon spreken. Sterk is ook 'ixaazov vuotv, het moet gelden van ieder hoofd voor hoofd. Trjv avTtjv 07i0vói\v (vgl. 2 Kor. 8:16) n.1. als die, welke bewezen is bij het liefdebetoon. 'Ekxis staat zonder verdere bepaling, in onzen brief komt de èXniq voor, als hetgeen het leven van den Christen brengt tot standvastig volhouden, 3:6, 14; 10:23, het is het vertrouwend wachten op de vervulling van Gods beloften, zie ook 7:19. Ook in ons verband komen de beloften Gods ter sprake, de klampt zich daaraan vast en weet, dat het

beloofde komen zal. Deze tXniq ontbrak den Hebreen, ze misten daardoor bezieling, er was niets, waarop ze wachtten. En de ii.niq mag niet ontbreken, ze behoort tot het Christelijk leven, vgl. ook 1 Petr. I : 3. Liefde, ijver, hoop moeten hand in hand gaan, behooren bijeen. ll).tjQo<poQi(x, volheid, overvloed. Door dit woord en door axQ1 ztJ.ovq wil de schrijver te kennen geven, dat de hoop tot haar hoogtepunt komen moet, waarvan het eene gevolg zal zijn, dat ze zeer overvloedig is, het andere, dat ze nooit ophoudt, totdat ze op-